De Spaarstand

“Ik kan niet meer afvallen, want mijn metabolisme zit op slot”. “Ik heb metabole schade opgelopen”. “Ik kom al aan van een appel, want ik zit in de spaarstand”. Deze uitspraken komen regelmatig bij ons terecht. Het idee erachter is dat het lichaam op de rem trapt en als reactie op het hanteren van een calorietekort in een soort overlevingsmodus komt. Het metabolisme raakt hierbij onherstelbaar beschadigd. Het lichaam gebruikt dermate weinig energie dat afvallen schier onmogelijk geworden is. Dat klinkt als een heus doemscenario. Maar, de vraag is of de spaarstand überhaupt bestaat en of het metabolisme daadwerkelijk onherstelbaar beschadigd kan worden.

Het menselijk lichaam is een bijzonder en complex systeem dat overleven hoog op de prioriteitenlijst heeft staan. Desalniettemin heeft het lichaam energie nodig om te overleven. Zonder eten ga je uiteindelijk dood. Dit treurige feit zien we terug in derdewereldlanden waar perioden van hongersnood onderdeel van de realiteit zijn.

Het metabolisme van personen in deze gebieden kan niet voorkomen dat ze sterven aan de gevolgen van hongersnood. De zogenaamde spaarstand zou in deze gebieden een oplossing zijn voor de hongersnood. Volgens de theorie neemt het gewicht namelijk toe bij een hele lage voedingsinname.
Helaas is het niet zo simpel.

In de werkelijkheid hanteren de personen die aangeven een kapot metabolisme te hebben geen (groot genoeg) calorietekort (meer). Dat is even een bittere pil om te slikken, maar wel de fysiologische waarheid. Gelukkig kunnen wij jou helpen met het vergaren van kennis en het verkrijgen van nieuwe inzichten.

In dit artikel kun je lezen wat het verschil is tussen adaptaties en schade en wordt uitgelegd hoe groot deze adaptaties kunnen zijn en wat je kunt doen om je gestagneerde vetverlies weer op de rit te krijgen.*

*In deze blogpost maken we binnen het totale energiegebruik (TDEE) onderscheid tussen het rustmetabolisme (REE) en het overige gedeelte (non-REE). Dit doen we omdat deze componenten verschillend reageren op een calorietekort. De termen; metabole schade, starvation mode of spaarstand worden door elkaar gebruikt omdat ze alle drie gebruikt worden voor hetzelfde fenomeen
.

Luister de Personal Body Podcast via Spotify
  • Klik hier om via Apple te luisteren
  • Klik hier om via SoundCloud te luisteren

Geen schade, maar adaptatie

Het metabolisme is van nature dynamisch. Verschillende componenten van het totale metabolisme worden door veranderingen in de energiebalans en in het lichaamsgewicht beïnvloed. Een verandering in het metabolisme is in sommige gevallen echter groter dan je alleen op basis van veranderingen in de lichaamsmassa of lichaamscompositie verwacht [1,2].

De term “schade” is alleen gepast wanneer deze grotere daling dan verwacht in stand blijft nadat het calorietekort is opgeheven. Het vaststellen van deze zogenaamde “schade” is echter geen simpele klus.

Wetenschappelijk onderzoek laat uiteenlopende resultaten zien die te verklaren zijn door de manier waarop het REE geschat wordt en het moment waarop het REE gemeten wordt [2,3]. Onderzoekers zullen met hoge mate van precisie moeten schatten wat het REE zou moeten zijn, om dit vervolgens te vergelijken met een nauwkeurig gemeten REE. Binnen het geschatte REE moet rekening worden gehouden met de veranderingen in de vetvrije massa, de vetmassa, individuele orgaan- en weefselmassa en met het vetpercentage [1,2]

Deze massa’s moeten op een valide manier gemeten worden. Als dit niet gebeurt leidt dit bijvoorbeeld tot een overschatting van het REE van obese personen en vervolgens tot een overschatting van de metabole adaptatie die plaatsvindt wanneer deze personen gewicht verliezen [3-5]. Een andere mogelijkheid is dat de adaptatie wordt onderschat doordat het verlies aan vocht tijdens het afvallen gezien wordt als metabool actief weefsel. Een onderschatting vindt ook plaats doordat het verlies aan orgaanmassa overschat wordt [6].

Gelukkig bestaan er slimme mensen die deze problemen aanpakken en vervolgens nauwkeuriger kunnen bepalen of er daadwerkelijk een verschil is tussen het geschatte en gemeten REE. De onderzoekers Zinchenko & Henselmans (2016) deden dit door een ratio te bepalen door het gemeten REE te normaliseren voor het geschatte REE [5]. Zij konden hierdoor beoordelen of de verhouding tussen het geschatte en gemeten REE veranderde tijdens en na een afvaltraject. De conclusie luidt dat er geen blijvende metabole adaptatie is nadat het calorietekort wordt opgeheven [5].

Een conclusie die ook gedragen wordt in een review van Müller et al. (2016) [2]. Het REE stijgt snel en proportioneel aan de inname waarmee het calorietekort wordt opgeheven [2]. De term “schade” blijkt onterecht te zijn. Het impliceert namelijk dat iets onherstelbaar stuk is. Door de omkeerbaarheid van het metabolisme omschrijft de term “adaptatie” beter het proces. Vanaf hier zullen we daarom praten over adaptaties en ervanuit gaan dat jij het idee van permanente schade ook achter je kan laten.


Wat gebeurt er met het rustmetabolisme tijdens het afvallen?

De vetvrije massa bepaalt voor het grootste gedeelte het rustmetabolisme [3]. Hoe hoger de vetvrije massa, hoe hoger het rustmetabolisme. De energiebalans an sich heeft invloed op de aanpassing in het REE. Het REE is bij eenzelfde lichaamscompositie lager gedurende een calorietekort dan gedurende een caloriesurplus [7]. Het REE daalt vrij snel wanneer een calorie tekort wordt ingezet. Vervolgens stabiliseert het rustmetabolisme totdat het calorietekort wordt opgeheven [2].

Een verklaring voor deze daling werd in het verleden toegeschreven aan de hormonale veranderingen tijdens een calorietekort [8]. Insuline, schildklierhormoon, leptine, en testosteron dalen, terwijl ghreline en cortisol stijgen [2,8] Echter zagen Muller et al. (2015) geen correlatie tussen schildklierhormoon, leptine, een verlaagde activiteit van het CZS en metabole adaptaties van het rustmetabolisme tijdens hun starvation experiment [1].

De daling in insuline lijkt als katalysator te dienen voor de daling in het rustmetabolisme [2]. Een logische verklaring voor de daling in het REE is dat het lichaam graag wil overleven en een lager energiegebruik in tijden van energieschaarste dan gewenst is.

Veranderingen in het metabolisme verschillen per individu [1,2]. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen metabole fenotypen die op een verschillende mate reageren op een calorierestrictie of surplus. Personen met een kleinere adaptatie in het rustmetabolisme lijken beter hun lever en niermassa te bewaren tijdens een calorierestrictie [2]. Daarnaast lokt een lage energie inname en/of een laag vetpercentage interne signalen uit die de energie inname promoten [2,8].

Kortom; minder energiegebruik, meer honger en minder verzadiging.

Wat gebeurt er met het niet-rustmetabolisme tijdens het afvallen?

Naast het REE is het van belang om te kijken naar het non-REE. Dit bestaat uit het thermische effect van voeding (TEF), niet-sport gerelateerde activiteiten (NEAT) en sportactiviteiten (EAT) [8]. Tijdens een calorietekort of surplus vinden veranderingen plaats in het non-REE gedeelte van het metabolisme. Deze veranderingen zijn proportioneel aan het gewichtsverlies [2,8].

Net als bij het REE kun je een aantal adaptaties logischerwijs verwachten tijdens een calorietekort en het verliezen van lichaamsgewicht. Allereerst daalt het thermische effect van voeding. Er is immers minder voeding om te metaboliseren, dus spendeert het lichaam daar minder energie aan. Daarnaast kosten lichamelijke activiteiten zowel binnen NEAT als EAT minder energie, omdat er minder lichaamsgewicht verplaatst hoeft te worden.

Een aantal adaptaties in het non-REE kun je niet verwachten op basis van het gewichtsverlies, maar treden desondanks wel op. NEAT daalt doordat er onbewust minder bewogen wordt. Vooral spontane activiteiten leiden hieronder. Een verlaagde activiteit van het centrale zenuwstelsel is hier de oorzaak van [2]. Sterker nog, NEAT is bij uitstek de tool die je metabolisme gebruikt om te compenseren in je energiegebruik. NEAT heeft een groot aanpassingsvermogen en een sterk individueel karakter. Daarnaast gaat het lichaam tijdens een calorietekort zuiniger om met brandstof. Er “lekt” minder energie weg dan voorafgaand aan de calorie restrictie en het energiegebruik tijdens sportactiviteiten daalt door een vergrote efficiëntie van spiermassa [8].

Kortom; het non-REE gedeelte van het metabolisme daalt tijdens een calorietekort meer dan je alleen op basis van veranderingen in de lichaamsmassa zou verwachten. Deze lijken vooral proportioneel te zijn aan de hoeveelheid gewichtsverlies [2].

Niet meer afvallen door de spaarstand?

Het menselijk lichaam heeft energie nodig om te kunnen overleven. Een lange tijd geen of weinig energie binnenkrijgen heeft uiteindelijk de dood tot gevolg. Dit is een uitermate langzaam proces, omdat alles in het menselijk lichaam erop gericht is om te overleven. Gelukkig maar!

Een lange tijd zeer weinig energie binnenkrijgen heeft naast gewichtsverlies een aantal andere gevolgen. Onderzoek kan ons helpen begrijpen wat er in het lichaam gebeurt tijdens perioden met een lage energie inname (ten opzichte van het energiegebruik).

Wanneer je een (experimenteel) onderzoek wilt uitvoeren met menselijke proefpersonen toetst een medisch commissie of het verantwoord is om de gekozen onderzoeksopzet te hanteren. Mensen bewust laten verhongeren voor een langere periode zal in deze huidige tijd niet goedgekeurd worden.

Desalniettemin verliepen dergelijke processen in het verleden anders, waardoor een bijzonder onderzoek heeft plaatsgevonden in 1945-1946. Het welbekende “Minnesota starvation experiment”. Dr. Ancel Keys leidde het experiment dat erop gericht was om de gevolgen van verhongering in kaart te brengen [9,10]. De 36 mannelijke proefpersonen waren zogenaamde “conscientious objectors”. Zij weigerden het verrichten van bepaalde militaire taken op grond van hun geloof/overtuiging. Meedoen aan dit onderzoek was voor deze personen een manier om iets bij te dragen aan de kennis over verhongering. Ze kregen dan ook geen vergoeding voor hun participatie.

Het onderzoek duurde een jaar en de opzet was als volgt: Drie maanden lang een controle fase waarbij het gewicht stabiel werd gehouden door de energie inname te matchen met het energiegebruik. Ze moesten per week 35 kilometer lopen om op die manier een hoog energiegebruik te behouden (~3200 kcal/dag). Vervolgens zes maanden lang een fase van verhongering met eenzelfde activiteitenniveau als in de controle fase, maar dan met ongeveer de helft van de energie inname (~1560 kcal/dag). En als laatste een drie maanden lange rehabilitatie fase waarbij de energie inname in verschillende gradaties werd opgebouwd om het verloren gewicht terug te winnen. Het gehanteerde calorietekort was dus erg groot. Mocht de spaarstand daadwerkelijk bestaan en mocht afvallen daardoor niet meer mogelijk zijn, dan zou deze studie dit aan het licht moeten brengen. [9

Het rustmetabolisme van de proefpersonen daalde met 39 procent (~600 kcal). De daling was echter groter dan je op basis van allen het gewichtsverlies zou mogen verwachten. Circa 35 procent (~200 kcal) van de daling in het metabolisme was onafhankelijk van het gewichtsverlies. Zou er dan toch sprake zijn van een spaarstand en zou het metabolisme beschadigd zijn?

Nee, het rustmetabolisme herstelde zich na verloop van tijd volledig toen de proefpersonen weer terug waren op hun oude gewicht [5,9,10]. Hoewel het rustmetabolisme van de proefpersonen daalde in de Minnesota studie, zorgde het er niet voor dat hun metabolisme “op slot” zat. De proefpersonen bleven vet verliezen en verloren uiteindelijk een kwart van hun lichaamsgewicht [9]. In plaats van schade was er tijdens de Minnesota studie sprake van adaptatie. De zogenaamde spaarstand hield het gewichtsverlies van de mannen niet tegen.

De bijzonderheden van deze studie zaten voornamelijk in het voedingsgedrag van de mannen als gevolg van het uithongeren. Al na enkele weken na het starten met het uithongeren werden de mannen extreem gefocust op voeding en dit werd gedurende het experiment alleen maar erger. Ze kregen twee maaltijden per dag en leefden letterlijk uit naar deze momenten. Sommigen doopten hun voeding in water om de illusie te creëren dat ze meer binnenkregen.

De proefpersonen hadden ongelimiteerd toegang tot kauwgom en zwarte koffie. Sommige dronken 15 koppen koffie en meerdere pakjes kauwgom per dag. Enkelen begonnen kookboeken te lezen en te verzamelen. Sommige droomden over voeding. Ondertussen verdwenen de sterke (politieke) overtuigingen, die voor het onderzoek aanwezig waren, naar de achtergrond.

Tijdens het experiment daalde de kracht van de mannen met 21%, de grootte van hun hart daalde en daarmee daalde de gemiddelde hartslag van 55 naar 35 slagen per minuut. Ze hoefden nog maar één keer per week naar het toilet voor een grote boodschap en hielden water vast (wat het ware gewichtsverlies enigszins maskeerde). Ze voelden zich continu koud, moe, apathisch en oud en hadden last bij het zitten door uitstekende botten. Daarnaast waren ze regelmatig duizelig, hadden ze last van oorsuizen en waren ze snel geïrriteerd.

Dat het lichaam in staat is om alles op alles te zetten om te overleven blijkt wel uit het feit dat de proefpersonen last hadden van haaruitval, minder oorsmeer hadden en extreem witte ogen kregen door het kleiner worden van de bloedvaten in het oog. Eén van de proefpersonen stopte gedurende het experiment doordat hij psychotisch werd en droomde over kannibalisme. Na een paar dagen voldoende voedsel binnen te hebben gekregen was het gedrag van deze man weer normaal. Uiteindelijk werd de data van 32 van de mannen gebruikt om te analyseren. [9,10]

Muller et al. (2015) wilden naar aanleiding van de Minnesota studie exact weten hoe groot de metabole adaptatie zou zijn tijdens een calorierestrictie en daar hopelijk een verklaring voor vinden [1]. De deelnemers werden één week overvoed met 50 procent boven hun gebruik, vervolgens drie weken ondervoed met 50 procent onder hun gebruik om uiteindelijk twee weken te refeeden met 50 procent boven hun gebruik. In essentie dus drie weken +50%, drie weken -50% kcal en twee weken +50% kcal.

De onderzoekers zagen dat AT direct zijn intrede deed aan het begin van de calorierestrictie en gedurende deze periode stabiel bleef. Om de daadwerkelijke AT te bepalen werd er gecorrigeerd voor het verlies aan vetvrije massa, waarbij orgaanmassa de grootste speler is. Uiteindelijk kon 72 kcal per dag beschouwd worden als de werkelijke AT. Hiervan kan een daling van 40 kcal per dag verklaard worden door een daling in hartslag, een daling in nieractiviteit en een stijging in leveractiviteit. De overige daling van 32 kcal per dag laat zich verklaren door een daling in de lichaamstemperatuur van -0,3 graden.

Dit onderzoek laat daarnaast zien dat de AT een individuele aangelegenheid is. De ene persoon zal een grotere daling ervaren dan de ander. Concluderend was er ook in deze studie geen sprake van de spaarstand. De AT van het rustmetabolisme bleek omkeerbaar te zijn na twee weken refeeden. De onderzoekers concluderen dat AT op de korte termijn geen invloed heeft op het herwinnen van het gewicht of de vetmassa. [1]

Waarom val ik niet af?

Als de spaarstand niet bestaat en de aanpassingen in het metabolisme niet groot genoeg zijn om mijn gewichtsverlies te blokkeren, waarom val ik dan niet af?

Adaptaties in het metabolisme zorgen ervoor dat afvallen een curvilineair proces is. De bekende en gesimplificeerde berekening dat een calorietekort van 500 kcal per dag zorgt voor een gewichtsverlies van een halve kilo per week gaat dus op de langere termijn niet op [11]. Deze calculatie houdt geen rekening met de dynamiek van gewichtsverlies en de invloed van het metabolisme.

Wat een calorietekort is bij de start van je gewichtsverlies is op een gegeven moment je inname voor gewichtsbehoud. Jij concludeert vervolgens onterecht dat je metabolisme op slot zit omdat je niet meer afvalt. Het feit is dat je simpelweg geen calorietekort meer hanteert. Combineer dit met interne cues om je voedingsinname te stimuleren en het plaatje is compleet [2,8]. Afvallen is in theorie simpel, maar daadwerkelijk gewichtsverlies realiseren en dit behouden is een stuk lastiger.

Wat kun je doen?

Je kunt een aantal dingen doen om de oorzaken van metabole adaptatie aan te pakken. 

De simpelste oplossing wat eigenlijk geen oplossing is; stop met het calorietekort. Alle hormonale en metabole veranderingen draaien (uiteindelijk) terug door het calorietekort op te heffen [1,2,5,8]. Wanneer afvallen het doel is, dan is dit dus slechts een tijdelijke oplossing. Een herintroductie van het calorietekort betekent een herintroductie van de metabole adaptaties.

Een andere mogelijkheid is het toepassen van een “diet break” of “refeed”. Het verschil tussen een refeed en een diet break zit in de duur van de periode. Bij een refeed praten we over dagen en bij een diet break over een week of weken. Een diet break of refeed is een manier om wat van de dieetvermoeidheid af te schudden en het metabolisme enigszins te laten herstellen. De calorierestrictie zet je op pauze door een tijdje op onderhoud te eten, je matched je energie inname met je gebruik. De laatste tijd is binnen de voedingswetenschap meer aandacht gekomen voor diet breaks en de eventuele voordelen daarvan [12,13].

Of jij een diet break moet toepassen, hangt af van jouw persoonlijke context. De lengte en grootte van de gehanteerde calorierestrictie, je vetpercentage en je psychologische gesteldheid bepalen mede of een diet break van toegevoegde waarde kan zijn. Beschouw een diet break als een pleister op de wond. Zodra je de pleister weghaalt, is de wond nog steeds aanwezig. Een herintroductie van het calorietekort betekent een herintroductie van de metabole adaptaties [1]. 

Een diet break dient dus vooral een psychologisch doel. Het lozen van dieetvermoeidheid en het kunnen eten op onderhoud kunnen wellicht helpen bij het behouden van een resultaat op de lange termijn. Er zijn echter ook scenario’s denkbaar waarin een dergelijke periode juist zorgt voor een vertraging van het proces doordat je iedere keer na een diet break weer lastig op gang komt met het hanteren van een calorierestrictie. Een diet break gebruiken als excuus om van alles te vreten is niet verstandig. Een paar van deze binge breaks gevolgd door heftige calorierestricties kan verstoord eetgedrag in de hand werken. Iets wat je uiteraard wilt vermijden. Kortom; een diet break is geen tool die je contextloos toepast.

Je kunt een aantal dingen doen om de effecten van metabole adaptatie aan te pakken. Je kunt in je voedingspatroon de nadruk leggen op veel onbewerkte en volwaardige voedingsmiddelen. Het TEF van een voedingspatroon rijk aan onbewerkte producten zal hoger zijn dan dat van een voedingspatroon rijk aan bewerkte producten.

Doordat de onbewuste activiteit binnen NEAT daalt kun je besluiten om meer te gaan bewegen. Je verruilt daarbij onbewuste activiteit voor bewuste activiteit. Of dit een nettoresultaat oplevert is maar de vraag. Een stijging in de hoeveelheid cardio kan juist zorgen voor een verdere daling van NEAT. Dit is een probleem omdat de bewuste activiteiten meer mentale energie van je vragen. Het inzetten van cardio voor het opvoeren van je calorierestrictie is daarom een tool die je niet vanaf de start gebruikt.

Het doen van cardio op een hoge intensiteit is niet verstandig omdat je daarmee veel van je herstelcapaciteit vraagt die al beperkt is door het calorietekort. Je kunt bijvoorbeeld meer of langer bewegen in de natuur op een rustige intensiteit. Zowel psychologisch als fysiologisch is dit de betere keuze. Het calorietekort dat je hanteert is idealiter niet te groot. Hoe hoger de snelheid van het gewichtsverlies, hoe groter de kans dat spiermassa verloren gaat tijdens het proces en hoe uitdagender het psychologisch wordt.

Fat overshooting als gevolg van calorie restrictie

Tijdens het Minnesota starvation experiment kreeg een aantal proefpersonen te maken met “fat overshooting” tijdens de herstelfase. Ze eindigden met meer vetmassa dan ze hadden toen het experiment begon [9,10,14].

Wanneer je een lange tijd je calorische inname hebt beperkt zal je lichaam daarna graag de verloren massa terug willen krijgen. Het terugwinnen van spiermassa lijkt hierbij prioriteit te hebben. Het herstel van je metabolisme en het terugwinnen van de verloren spiermassa gaan langzamer dan het terugwinnen van de vetmassa. Combineer dit met een ongeremde eetlust naar voornamelijk energiedichte voedingsmiddelen en fat overshooting kan zijn slag slaan [10]. Dit fat overshooting effect kunt je enigszins managen door je pijlen te richten op het behoud van spiermassa tijdens het afvallen. Dit doe je door aan krachttraining te doen, voldoende eiwitten te eten en niet abrupt te stoppen met je dieet zonder een goed plan voor gewichtsbehoud.

Conclusie

Dat je metabolisme daalt als gevolg van gewichtsverlies is niks nieuws. Gewichtsverlies beïnvloedt alle componenten van het totale metabolisme. Het verliezen van gewicht, waaronder vetmassa en vetvrije massa, draagt het meeste bij aan een daling van het rustmetabolisme. Wordt de verloren massa niet teruggewonnen, dan is de daling in het rustmetabolisme proportioneel aan de daling in de verloren massa.

Een grotere daling in het rustmetabolisme dan je zou mogen verwachten op basis van de verloren massa is lastig te berekenen en daarvoor zijn nauwkeurige methoden nodig. Wanneer hier zo goed als mogelijk aan wordt voldaan lijkt deze grotere daling marginaal. Het zal niet genoeg zijn om het gewenste gewichtsverlies dwars te bomen. Afvallen blijft gewoon mogelijk.

Deze daling in het REE is omkeerbaar wanneer de verloren massa weer teruggewonnen wordt en de negatieve energiebalans wordt opgeheven. Permanente metabole schade is daarmee uitgesloten. De grootste klappen vinden echter plaats in het niet-rustmetabolisme, dat een groter aanpassingsvermogen en een sterk individueel karakter heeft. Het niet-rustmetabolisme daalt meer dan je alleen op basis van het verlies aan massa zou mogen verwachten. Ook daar zijn fysiologische verklaringen voor en ook deze adaptaties zijn omkeerbaar. De aanpassingen in NEAT en EAT hebben een langere hersteltijd nodig dan die in het REE en zijn afhankelijk van de calorie inname.

Al met al is de uitspraak “Ik kan niet afvallen doordat ik in spaarstand zit” onterecht. Er is sprake van adaptaties binnen het metabolisme met als gevolg een gewichtsverlies plateau, dat logischerwijs bereikt wordt wanneer een statisch calorietekort gehanteerd wordt. Het opnieuw introduceren van een calorietekort is de meest voor hand liggende kortetermijnoplossing. 

Referenties

  1. Müller M, Enderle J, Pourhassan M, Braun W, Eggeling B, Lagerpusch M et al. Metabolic adaptation to caloric restriction and subsequent refeeding: the Minnesota Starvation Experiment revisited. The American Journal of Clinical Nutrition. 2015;102(4):807-819.
  2. Müller M, Enderle J, Bosy-Westphal A. Changes in Energy Expenditure with Weight Gain and Weight Loss in Humans. Current Obesity Reports. 2016;5(4):413-423.
  3. Bosy-Westphal A, Braun W, Schautz B, Müller M. Issues in characterizing resting energy expenditure in obesity and after weight loss. Frontiers in Physiology. 2013;4.
  4. Johannsen D, Knuth N, Huizenga R, Rood J, Ravussin E, Hall K. Metabolic Slowing With Massive Weight Loss Despite Preservation of Fat-Free Mass. Obstetrical & Gynecological Survey. 2012;67(11):709-710.
  5. Zinchenko A, Henselmans M. Metabolic Damage: do Negative Metabolic Adaptations During Underfeeding Persist After Refeeding in Non-Obese Populations?. Medical Research Archives. 2016;4(8).
  6. Müller M, Bosy-Westphal A. Reply to MG Browning. The American Journal of Clinical Nutrition. 2016;103(3):953-954.
  7. Hall K. Computational model of in vivo human energy metabolism during semistarvation and refeeding. American Journal of Physiology-Endocrinology and Metabolism. 2006;291(1):E23-E37.
  8. Trexler E, Smith-Ryan A, Norton L. Metabolic adaptation to weight loss: implications for the athlete. Journal of the International Society of Sports Nutrition. 2014;11(1):7.
  9. Fuhrman F, B. M, Keys A, Brozek J, Henschel A, Mickelsen O et al. The Biology of Human Starvation. The American Journal of Psychology. 1951;64(2):292.
  10. Kalm L, Semba R. They Starved So That Others Be Better Fed: Remembering Ancel Keys and the Minnesota Experiment. The Journal of Nutrition. 2005;135(6):1347-1352.
  11. Hall K. What is the required energy deficit per unit weight loss? International Journal of Obesity. 2007;32(3):573-576.
  12. Peos J, Norton L, Helms E, Galpin A, Fournier P. Intermittent Dieting: Theoretical Considerations for the Athlete. Sports. 2019;7(1):22.
  13. Byrne N, Sainsbury A, King N, Hills A, Wood R. Intermittent energy restriction improves weight loss efficiency in obese men: the MATADOR study. International Journal of Obesity. 2017;42(2):129-138.
  14. Dulloo A, Jacquet J, Montani J, Schutz Y. How dieting makes the lean fatter: from a perspective of body composition autoregulation through adipostats and proteinstats awaiting discovery. Obesity Reviews. 2015;16:25-35.

Vond je dit artikel interessant?

Ja 👍🏼Nee 👎🏼

Als je je mening achterlaat, kunnen we onze blogartikelen verbeteren.