Kun je Personal Body Plan combineren met een voedselovergevoeligheid?

Blijf thuis. Train thuis.

Personal Body Plan treft maatregelen rond het coronavirus. In deze tijd, ondanks dat de sportscholen dicht zijn, is het juist belangrijk om fit te worden en te blijven.

Nu de eerste maand gratis. Daarna vanaf €17,99 per maand.

Start de intake

Je hebt mensen die alles zonder problemen kunnen eten en er zijn mensen die een voedselovergevoeligheid hebben. Het eten van bepaalde producten kan daardoor voor hen lichamelijke klachten opleveren. En dat kan weer van grote invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken.

Even uiteten gaan of zomaar wat kopen in de supermarkt is dan een stuk lastiger. En het lijkt wel alsof er steeds meer mensen met een voedselovergevoeligheid zijn. Denk maar eens aan alle hordes mensen die nu beweren een overgevoeligheid voor gluten te hebben. Maar wat is een voedselovergevoeligheid precies, hoe wordt de diagnose gesteld en kun je Personal Body Plan combineren met een voedselovergevoeligheid?

Onze voedingsdeskundige Milou ging op onderzoek uit en vertelt je in deze blog alles over dit onderwerp.

Wat is een voedselovergevoeligheid?

Voedselovergevoeligheid is een overkoepelende term voor voedselallergenen en voedselintoleranties. Vaak worden deze door elkaar gehaald en daarom leggen wij ze aan je uit.

Voedselallergie
Bij een voedselallergie ontstaat een ontstekingsreactie op bepaalde eiwitten die in voeding voorkomen. Deze eiwitten worden allergenen genoemd en zorgen voor allergische reacties [1]. Je hebt twee varianten van voedselallergie:

  • IgE-gemedieerde voedselallergie: Bij een IgE-voedselallergie zet het immuunsysteem een reactie op tegen bepaalde voedseleiwitten [14]. Het ontstaat na sensibilisatie, wat betekent dat er nog geen allergische reactie ontstaat wanneer het lichaam voor het eerst in aanraking komt met het allergeen. Het lichaam wordt gevoelig voor de lichaamsvreemde eiwitten in het allergeen. De tweede keer dat je in aanraking komt met het allergeen, komt de IgE-antistoffen direct in actie. Echter kan het soms ook zijn dat er geen allergische reactie optreedt na inname van het allergeen [2].
  • Niet-IgE-gemedieerde voedselallergie: Bij niet-IgE-gemedieerde voedselallergie treedt een allergische reactie op na inname van het allergeen zonder sensibilisatie. Coeliakie is een vorm van een niet-IgE-gemedieerd voedselallergie, waarbij de darm overgevoelig is voor het eiwit gluten [2].

Voedselintolerantie
Bij een voedselintolerantie speelt het immuunsysteem geen rol, maar kan het lichaam bepaalde voedingsstoffen niet verwerken. [3] Bijvoorbeeld door een tekort van of afwezigheid aan een enzym. Er ontstaat een ongewenste reactie op voedingsmiddelen (bij bepaalde hoeveelheden) die wel door anderen getolereerd worden. Het afweersysteem en antistoffen spelen hier geen rol bij. De voedingsmiddelen kunnen dan klachten veroorzaken, zoals bij lactose [1,2].

Bij een voedselintolerantie treden symptomen enkele uren na consumptie op en kunnen uren tot dagen aanhouden. [3] De meest voorkomende intoleranties is de lactose-intolerantie.

Voedselaversie
Naast een allergie of intolerantie bestaan er ook voedselaversies. Bij een voedselaversie ontstaan klachten na het gebruik van bepaalde voedingsmiddelen als gevolg van psychologische factoren. Bewust of onbewust is er een afkeer tegen het voedingsmiddel. Deze aversie kan inconsistent voorkomen. Na het eten van een aversie kunnen klachten zoals misselijkheid, braken en buikpijn optreden. [4]

Kruisreactie
Er kan ook sprake zijn van een kruisreactie. Hierbij ontwikkelen mensen allergische symptomen voor voedingsmiddelen met eiwitten die lijken op het allergeen waarvoor ze in eerste instantie allergisch voor zijn. Vaak gaat het hierbij om stoffen die ingeademd kunnen worden. Iemand kan bijvoorbeeld allergisch zijn voor pollen of laxeerdeeltjes en daardoor ook een allergie ontwikkelen voor bijvoorbeeld appels [1-3].

Wat zijn de klachten bij een voedselintolerantie en -allergie?

De klachten bij een voedselallergie en -intolerantie zijn vergelijkbaar. Het verschil zit vooral in het tempo van het optreden van de klachten. Dit is bij een intolerantie vaak in een trager tempo ten opzichte van een allergeen [3]. Klachten komen tot uiting in de huid, het maagdarmkanaal en de luchtwegen. De mate van klachten kunnen van mild tot ernstig zijn en treden binnen 2 minuten tot 2 uur op.

De meest ernstige reactie die kan optreden is een anafylactische shock. Dit kan optreden na inname en zelfs na blootstelling via inademen of huidcontact. Bijvoorbeeld het inademen of aanraken van voedseldeeltjes tijdens het koken [3]. Binnen 2 minuten tot 2 uur kan een anafylactische shock optreden met symptomen zoals tintelingen, jeuk, luchtwegklachten, aanhoudende darmklachten, hartritmestoornissen en een bloeddrukdaling. Uiteindelijk kan dit leiden tot een verminderd bewustzijn en shock [4].

Spoedeisende ziekenhuisgevallen door voedselanafylaxie komen geregeld voor, maar sterfgevallen door voedselanafylaxie komt gelukkig niet vaak voor [3]. Wanneer iemand een anafylactische shock heeft, is het advies direct epinefrine toe te dienen via een epipen [2]

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose allergie of intolerantie wordt door een gespecialiseerde arts gesteld. De medische achtergrond en symptomen worden bekeken en er kunnen verschillende testen worden gedaan, waaronder:

Dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie:
Dit is de gouden standaard wat betreft diagnostiek rondom voedselovergevoeligheid. De patiënt krijgt dan verschillende testvoedingen, waarin het verdachte allergeen kan zitten. Zowel de arts als de patiënt weet niet welke voedingsmiddelen het allergeen bevat. Vervolgens wordt nagegaan of er sprake is van reacties bij bepaalde testvoeding. Dit vindt plaats in het ziekenhuis [2,3]. Ondanks dat het de gouden standaard is, wordt het niet altijd uitgevoerd, vanwege kosten en risico’s [3]. 

Huidtest:   

  • Krastest: Er worden kleine krasjes gemaakt op de onderarm of rug, waar een druppel van het testallergeen wordt aangebracht.
  • Priktest: Een druppel van het testallergeen wordt met een speciale prikker aangebracht op de huid.
  • Huidinjectie: Het testallergeen wordt in kleine hoeveelheid in de huid gespoten [2,4].
  • Bloedtest: Het bloed wordt onderzocht op afweerstoffen. Wanneer IgE wordt aangetoond, kan dit een aanwijzing zijn voor een voedselallergie [4].

Open eliminatie-provocatie:
Het verdachte voedingsmiddel wordt een paar weken niet meer genuttigd, waarna het in geleidelijke hoeveelheid weer wordt toegevoegd aan het voedingspatroon. Vervolgens wordt geëvalueerd of er klachten ontstaan. Daadwerkelijk een diagnose stellen is lastig met deze methode, maar wel geschikt om voedselovergevoeligheid uit te sluiten [2].

Vermelding allergenen

Allergenen en intoleranties kunnen een grote impact hebben op een persoon. De EU speelt hierop in met het etiket van een product. In de EU is het verplicht om op het etiket van een voedingsmiddel allergenen te vermelden als dit het voedingsmiddel bevat. Dit moet goed opvallen op het etiket. Het gaat om de allergenen: glutenbevattende granen, ei, vis, pinda, noten, soja, melk, schaaldieren, selderij, mosterd, sesamzaad, sulfiet, lupine en weekdieren.

Producten die verontreinigd kunnen zijn, hebben soms de opmerking ‘may contain of bevat mogelijk’ [1]. Dit geeft aan dat het product mogelijk verontreinigd is, waardoor sommige mensen met een allergie dit product alsnog niet kunnen nuttigen. Echter is de vermelding van mogelijke sporen niet verplicht.

Tevens geldt er een informatieplicht voor niet-voorverpakte producten, bijvoorbeeld in restaurants, bakkerijen of zorginstellingen. Informatie over allergenen mag mondeling geven worden, maar moet wel schriftelijk te checken zijn voor bijvoorbeeld het personeel [12].

Daarnaast kan het lezen van etiketten een goede strategie zijn bij voedselovergevoeligheid. Hoogstwaarschijnlijk doe je dit al als je overgevoeligheid hebt, maar een check kan nooit kwaad. Lees ook onze blog over het lezen van etiketten.

Hoe vaak komt voedselovergevoeligheid voor?

Hoe veel voedselovergevoeligheid voorkomt is lastig te benoemen. Naar schatting heeft op 1 tot 4% binnen de bevolking een voedselovergevoeligheid. [2,4] Wanneer je kijkt naar onderzoeken waarbij gebruik is gemaakt van zelfrapportage, zie je dat de prevalentie een stuk hoger uitkomt dan dubbelblinde gerandomiseerde onderzoeken met een placebo. Wat wel duidelijk is, is dat een voedselallergie vaker voorkomt bij kinderen dan bij volwassenen. [3] Maar een allergie bij kinderen verdwijnt geregeld binnen enkele jaren.

Wat geregeld voorkomt is een vermoeden van voedselovergevoeligheid. Ongeveer 10-12% van de bevolking denkt dat zij een voedselovergevoeligheid heeft en past het voedingspatroon aan zonder voorgaand onderzoek. [2,4] Dit kan leiden tot een onnodig aangepast voedingspatroon.

Soorten overgevoeligheden

In principe kan elk eiwit reacties veroorzaken, maar de meest voorkomende allergenen zijn:

• Koemelk
• Ei
• Pinda
• Noten
• Soja
• Vis
• Schaaldieren
• Gluten
• Tarwe
• Zeevruchten [3]

Lactose-intolerantie
Bij een lactose-intolerantie wordt de disacharide lactose niet of onvolledig verteerd. Lactose wordt ook wel melksuiker genoemd. Normaal gesproken produceert de darmwand het enzym lactase om lactose efficiënt te verteren en absorberen.

Bij een lactose-intolerantie wordt er onvoldoende van dit enzym lactase geproduceerd, waardoor lactose niet of onvolledig wordt verteerd [5,6]. Niet- geabsorbeerde lactose komt in de dikke darm terecht, waardoor diarree ontstaat en gisting plaatsvindt, met als gevolg buikkrampen, winderigheid en een opgeblazen gevoel [2,3].

Direct na de geboorte is de lactase activiteit het hoogst omdat een pasgeboren baby enkel borstvoeding of flesvoeding drinkt. Bij een grootste gedeelte van de wereldbevolking neemt de lactase productie gedurende de kinder- en tienerjaren geleidelijk af [2,5,6]. Een klein deel van de wereldbevolking behoudt genoeg lactase om lactose efficiënt te verteren en te absorberen. In Nederland en Noord-Europa is dit vaak het geval. Terwijl in Azië, Afrika en Zuid-Amerika mensen lactase minder efficiënt verteren en absorberen, waardoor geregeld klachten ontstaan [5,6].

Een lactose-intolerantie kan ook ontstaan wanneer de darmvlokken zijn beschadigd, bijvoorbeeld door een ziekte, darminfectie of ontsteking, medicatie, langdurige diarree of ondervoeding. Afhankelijk van de schade kan de lactose-intolerantie tijdelijk of blijvend zijn [2,5,6].

Koemelkallergie
Bij een koemelkallergie ontstaat een allergische reactie op het eten of drinken van koemelk of producten die koemelk bevatten. Een koemelkallergie komt geregeld voor in de kinderjaren, ongeveer 2-7% van de kinderen jonger dan 1 jaar heeft koemelkallergie.

Dit komt doordat de darmen nog niet voldoende zijn ontwikkeld en de vertering daardoor onvoldoende verloopt. Gaandeweg ontwikkeld de darm zich verder, waardoor bijna alle kinderen met een koemelkallergie in de loop van jaren over hun allergie heen groeien [3,7]. Rond het vierde levensjaar verdraagt twee derde van de kinderen met koemelkallergie weer koemelk [8]. Echter hoeft dit dus niet en kan het blijvend zijn.

Een koemelkallergie is niet hetzelfde als een lactose-intolerantie. Bij koemelk ontstaat een allergische reactie specifiek op koemelkeiwit en bij een lactose-intolerantie kan het lichaam lactose niet goed verwerken.

Glutenallergie, ook wel coeliakie
Bij coeliakie bestaat er een overgevoeligheid voor gluten en dit wordt ook wel glutenallergie genoemd. Gluten is een eiwit dat verantwoordelijk is voor het vermogen om van tarwe deeg te vormen [14]. Het maakt het deeg elastisch en kneedbaar. Het wordt dan ook veel gebruikt in voedsel dat tarwe bevat, zoals brood, ontbijtgranen en pasta’s. Wanneer gluten worden gegeten ontstaan er afwijkende reacties op dit eiwit. Met als gevolg ontstekingen en het afvlakken van de darmvlokken in de dunne darmen. Hierdoor kunnen nutriënten niet goed worden geabsorbeerd [9].

Klachten zijn zeer divers. Er kan groeiachterstand, gewichtsverlies en diarree ontstaan, maar ook vermoeidheid, osteoporose, bloedarmoede, humeurigheid, obstipatie en aften [9]. Erfelijkheid speelt een factor bij het ontstaan van coeliakie. Wanneer een familielid coeliakie heeft, heb je zelf ook een grotere kans om het te krijgen [2,9].

Soorten glutenallergie en -overgevoeligheid

  • Tarweallergie:Bij een tarweallergie ontstaat er een reactie bij het eten van tarwe [3]. Het gaat hierbij niet om gluten die in tarwe voorkomen, maar specifiek om tarwe. Er kunnen dan maagdarmklachten of ademhalingsklachten ontstaan.
  • Glutenovergevoeligheid: Bij sommige personen ontstaan klachten bij het consumeren van gluten, zonder dat er sprake is van coeliakie. Er ontstaan dan maagdarmklachten, zoals buikpijn, opgeblazen gevoel, obstipatie of diarree. Er kunnen ook andere klachten ontstaan, zoals hoofdpijn en spierpijn. Wanneer gluten worden vermeden uit het voedingspatroon, verminderen de klachten ook. Echter is het niet helemaal duidelijk of de klachten worden veroorzaakt door gluten zelf, of door andere bestanddelen die in de granen aanwezig zijn [14,15]. Al met al kan het dus wel meerwaarde bieden voor sommige mensen om gluten (of tarwe) te vermijden, ook als er geen sprake is van coeliakie.

Noten/pinda-allergie
Bij een noten of pinda allergie ontstaat er een allergische reactie op het eten van noten of pinda’s en het eten en drinken van producten die noten of pinda bevatten. Een minimale hoeveelheid noten of pinda’s kan al klachten veroorzaken. Daarnaast zijn zij de grootste veroorzakers van een anafylactische reactie. Erfelijke factoren spelen een rol bij allergenen zoals noten en pinda [1].

Andere claims zijn niet goedgekeurd rondom voedselovergevoeligheden.

Conclusie

Voedselovergevoeligheid is een overkoepelende term voor voedselallergenen. Bij een voedselallergie ontstaat een ontstekingsreactie op bepaalde eiwitten die in voeding voorkomen. Deze eiwitten worden allergenen genoemd en zorgen voor allergische reacties. Bij een voedselintolerantie speelt het immuunsysteem geen rol, maar kan het lichaam bepaalde voedingsstoffen niet verwerken. Bijvoorbeeld door een tekort van of afwezigheid aan een enzym. Daarnaast bestaan er ook voedselaversies. Hierbij ontstaan klachten na het gebruik van bepaalde voedingsmiddelen als gevolg van psychologische factoren. De diagnose allergie of intolerantie wordt door een gespecialiseerde arts gesteld en klachten kunnen variëren van uitslag tot een anafylactische schok.

Je kunt een voedselovergevoeligheid prima combineren met het volgen van je Personal Body Plan. Je dient dat wel rekening te houden met de producten waarvoor je allergisch bent. Dit kun je onder andere doen door de etiketten goed te bestuderen. In de EU is het namelijk verplicht om op het etiket van een voedingsmiddel allergenen te vermelden als dit het voedingsmiddel bevat. Dit moet goed opvallen op het etiket. Daarnaast hebben producten die verontreinigd kunnen zijn soms de opmerking ‘may contain’ of ‘bevat mogelijk’. Dit geeft aan dat het product mogelijk verontreinigd is, waardoor sommige mensen met een allergie dit product alsnog niet kunnen nuttigen. Kijk hier dus wel mee uit.

Informatiebronnen

Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan eens een kijkje bij de volgende informatiebronnen:

• Stichting voedselallergie: https://www.voedselallergie.nl/
• Allergieplatform: https://www.allergieplatform.nl/
• Alles over allergie: https://allesoverallergie.nl/
• De Maag Lever Darm Stichting: https://www.mlds.nl/
• Het voedingscentrum: https://www.voedingscentrum.nl/nl
• Unilever https://www.unileverfoodsolutions.nl/inspiratie-voor-chefs/allergenen.html
• Een poster met de 14 meest voorkomende voedselallergieën en wat je hierbij wel en niet kan eten: https://www.yammer.com/personalbodyplan/#/files/104727081
• Het kookboek: Basiskookboek Voedselallergie en –intolerantie – I. van Berkel-Pistorius En T. de Hoogh-Van der Horst

Literatuurlijst

  1. Gezondheidsraad. Voedselallergie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2007; publicatienr. 2007/07. ISBN 978-90-5549-645-7
  2. NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid (Eerste herziening). Lucassen PLBJ, Albeda FW, Van Reisen MT, Silvius AM, Wensing C, Luning-Koster MN. Huisarts Wet 2010:53;(10)537-53
  3. Turnbull JL, Adams HN, Gorard DA. Review article: the diagnosis and management of food allergy and food intolerances. Aliment Pharmacol Ther. 2015 Jan;41(1):3-25.
  4. Voedingscentrum. Vermeende voedselovergevoeligheid – protocol diagnostisch onderzoek doornemen. Z.d.
  5. Whitney E, Rolfes, SR. Understanding Nutrition. Twaalfde druk. Wadsworth: Cengage Learning; 2008. Hoofdstuk 4
  6. I.P. Salverda en M.P.R.M. Panis. Richtlijn 21: Lactose-intolerantie.
  7. Lucassen PLBJ, Albeda FW, Van Reisen MT, Silvius AM, Wensing C, Luning-Koster MN. NHGStandaard Voedselovergevoeligheid (Eerste herziening). Huisarts Wet 2010:53;(10)537-53
  8. Dieetbehandeingsrichtlijn. Richtlijn 16: Lactose-intolerantie.
  9. Dieetbehandelingsrichtlijn. Richtlijn
  10. Coeliakie/dermatitis herpetiformis. 2014. 10. Europese Unie. Uitvoeringsverordening (EU) betreffende de voorschriften voor de voorlichting van de consument over de afwezigheid of de verminderde aanwezigheid van gluten in levensmiddelen. 2014
  11. Stichting voedselallergie. Allergenen. Beschikbaar via: https://www.voedselallergie.nl/allergenen.html
  12. Overheid. Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304) en artikel 10, onderdeel e, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen. 2011.
  13. Dieetbehandelingsrichtlijn. Richtlijn 9: Chronische obstipatie. 2012.
  14. Diez-Sampedro A, Olenick M, Maltseva T, Flowers M. A Gluten-Free Diet, Not an Appropriate Choice without a Medical Diagnosis. J Nutr Metab. 2019 Jul 1;2019:2438934.
  15. Nijeboer P, Bontkes HJ, Mulder CJ, Bouma G. Non-celiac gluten sensitivity. Is it in the gluten or the grain? J Gastrointestin Liver Dis. 2013 Dec;22(4):435-40.
  16. Marsh A, Eslick EM, Eslick GD. Does a diet low in FODMAPs reduce symptoms associated with functional gastrointestinal disorders? A comprehensive systematic review and meta-analysis. Eur J Nutr. 2016 Apr;55(3):897-906.
  17. UFCA. Food allergy background; mechanisms. 2020. Geraadpleegd op 17 februari 2020 via https://ucfa.nl/food-allergy/mechanisms/

Vond je dit artikel interessant?

Ja 👍🏼Nee 👎🏼

Als je je mening achterlaat, kunnen we onze blogartikelen verbeteren.