Alles wat je moet weten over vetten

Ah, vetten. Sommige mensen schrikken alleen al bij het horen van dit woord. Vetrijke producten bestaan vaak uit een combinatie van verschillende vetzuren, namelijk verzadigde en onverzadigde vetzuren. Er wordt wel eens gesteld dat vetten de kans op hart- en vaatziekten vergroten. Steeds vaker is er echter een tegengeluid en wordt beweerd dat het helemaal niet zo slecht is als gedacht. Maar wat zijn vetten precies, hoeveel gram moet je per dag eten en word je dik van vetten? Wij leggen het uit in deze blog.

Inhoudsopgave

Wat zijn vetten?

Vetten geven smaak en aroma. Vetten beschermen je tegen kou door de isolerende werking op het lichaam en zijn je voornaamste energiebron tijdens rust en langdurige activiteiten. Waar koolhydraten en eiwitten 4 kilocalorieën per gram leveren, is dat bij vetten 9 kilocalorieën per gram. Dat maakt vetrijke producten energiedichte producten [1].

Vetten zijn essentieel voor het lichaam. Wanneer je te weinig vetten tot je neemt kan dit gevolgen hebben. Zo zijn vetten noodzakelijk voor de vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Deze vet oplosbare vitaminen hebben allemaal hun eigen belangrijke taken in het lichaam. Zo speelt vitamine A een rol bij het zicht, vitamine D bij het behouden van stevige botten en tanden, vitamine E is een antioxidant en vitamine K speelt een rol bij de bloedstolling.

Vetten zijn onder te verdelen in triglyceriden, fosfolipiden en sterolen. Fosfolipiden zijn oplosbaar in water en vet. Ze helpen vet oplosbare stoffen de cellen in en uit te passeren (1). Deze vetten zorgen ervoor dat de vet oplosbare vitaminen in het lichaam worden opgenomen. Krijg je te weinig vetten binnen, dan is er minder aanbod aan fosfolipiden en minder kans om de vet oplosbare vitaminen op te nemen. De triglyceriden vormen de grootste groep en komen het meeste voor in ons lichaam en in onze voeding [1].

Wat zijn verzadigde vetten?

Vetrijke voedingsmiddelen bestaan vaak uit een combinatie van verzadigde vetten en onverzadigde vetten. De verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren bepaalt of een vet verzadigd of onverzadigd wordt genoemd. Overheersen de verzadigde vetzuren, dan spreken we van een verzadigd vet. Overheersen de onverzadigde vetzuren, dan spreken we van een onverzadigd vet.

Het advies van de Gezondheidsraad is verzadigde vetten te vervangen door enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren. Verzadigde vetten zouden namelijk leiden tot een ongunstige stijging van cholesterol, wat een verhoogde kans op hart- en vaatziekten met zich meebrengt [1-2]. 

Diverse onderzoeken laten echter zien dat het vervangen van verzadigd vet voor meervoudig onverzadigd vet niet in verband wordt gebracht met een risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast wordt er vaak geen effect waargenomen wanneer je verzadigd vet vervangt voor bijvoorbeeld koolhydraten. Tevens wordt in de onderzoeken die wel een verband aantoonden tussen verzadigd vet en hart- en vaatziekten geen rekening gehouden met andere (voedings)adviezen. Naast het vervangen van verzadigd vet voor onverzadigd vet bleken namelijk ook andere voedingsadviezen te zijn gegeven, bijvoorbeeld meer plantaardig of vezelrijk eten, minder suiker en bewerkte voedingsmiddelen.

Daarnaast kregen de experimentele groepen geregeld minder transvet binnen dan de controlegroepen, bijvoorbeeld door het advies om transvet te vermijden [41-44]. Om deze redenen kan niet met zekerheid gezegd worden of alleen de vervanging van verzadigd vet voor onverzadigd vet een verband heeft met het risico op hart- en vaatziekten [41].

Wat zijn onverzadigde vetten?

Producten die van nature veel onverzadigde vetten bevatten zijn vaak van plantaardige oorsprong, zoals noten, zaden, pitten, avocado en oliën. Maar ook vette vissoorten als haring, zalm en makreel bevatten onverzadigde vetten.  Onverzadigde vetten kun je onderverdelen in drie verschillende vetzuren:

  • Omega 3: een essentieel vetzuur. Bronnen van Omega 3 zijn olie, lijnzaad, walnoten en sojabonen, maar ook vette vis als haring, zalm en makreel.
  • Omega 6 vetzuren zijn ook essentieel en krijg je via je voeding. Bronnen van Omega 6 zijn plantaardige oliën als zonnebloemolie, maïsolie en katoenzaad-olie en zachte margarine, halvarine en vloeibare bak- en braadproducten.
  • Omega 9, een niet-essentieel vetzuur. Je lichaam kan dit zelf aanmaken, maar je kunt het ook uit voeding halen. Bronnen van Omega 9 zijn oliën en noten [1].

Een juiste balans in onverzadigde vetzuren heeft een positieve werking op het lichaam. Het lichaam kan geen omega 3 en 6 vetzuren aanmaken. Daarom is het verstandig te variëren in de bron van onverzadigde vetten die je nuttigt.

In Nederland krijgen we gemiddeld te weinig omega 3 vetzuren binnen, terwijl de omega 6 inname voldoende is. Hierdoor kan de ontstekingsactiviteit uit balans zijn, wat voor gezondheidsproblemen of vergrote risico’s op gezondheidsproblemen kan zorgen. Het verhogen van de Omega 3 inname kan dan een positieve invloed hebben op eventuele gezondheidsproblemen, omdat het ontstekingsremmend werkt [2]. Je zou dan vaker een portie vis of handje noten kunnen nuttigen bijvoorbeeld. 

Transvetzuren
Transvetzuren zijn onverzadigde vetzuren die na bewerking door de voedingsindustrie als transvetten door het leven gaan. Dit wordt gedaan om oliën een vastere structuur te geven. In het verleden werden ze veel gebruikt in margarine, koek, chips en pindakaas. Doordat industriële transvetzuren als schadelijk voor de gezondheid worden beschouwd, worden transvetten tegenwoordig nog nauwelijks gebruikt in voeding [16].

Transvetzuren verhogen het cholesterol bevattende LDL en verlagen het cholesterol bevattende HDL [17-19]. In de natuur komen transvetten nauwelijks voor. De uitzondering hierop is geconjugeerd linolzuur (CLA), wat een natuurlijk transvetzuur is. CLA komt voor in melkvet en toont zelfs gezondheidsvoordelen in tegenstelling tot de industriële variant [10,20,21].

Hoe zit het met cholesterol?

Het woord cholesterol heeft iedereen wel eens gehoord, meestal in een negatief licht. Cholesterol is een sterol, dat lange tijd werd gezien als boosdoener voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het werd daarom afgeraden om veel producten te eten die cholesterol bevatten. Denk maar eens aan het advies om niet meer dan 2 à 3 eieren per week te eten.

Inmiddels weten we dat het cholesterol uit voeding niet zo’n grote rol speelt bij de verhoging van je totale cholesterol [22]. En weten we dat de verhouding in je lichaam tussen het cholesterol bevattende HDL en het totale cholesterol een meer nauwkeurige voorspeller is voor hart- en vaatziekten [10]. Er zijn daarnaast twee soorten cholesterol:

  1. Endogeen cholesterol. Dit is het cholesterol dat het lichaam zelf aanmaakt uit sterolen. Dit proces vindt plaats in de lever en levert per dag circa 800 tot 1500 milligram cholesterol op.
  2. Exogeen cholesterol. Dit is het cholesterol dat uit de voeding wordt opgenomen. Cholesterol zit bijvoorbeeld in eieren, garnalen en orgaanvlees.

Het lichaam regelt zelf de balans tussen deze twee bronnen van cholesterol. Komt cholesterol via de voeding binnen, dan vertraagt de eigen synthese van cholesterol in de lever. Bij vasten werkt dit andersom. De synthese van cholesterol stijgt dan. Dit betekent dat cholesterol uit voeding een minimale invloed heeft op het totale cholesterol [22]. Het mijden van voedingsmiddelen om deze reden is dan ook niet nodig. Daarnaast heeft cholesterol ook veel belangrijke functies in je lichaam:

  • De vorming van galzuren. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij de vertering van vetten.
  • De productie van de hormonen adrenaline, progesteron, oestrogeen en testosteron.
  • Het aanmaken van vitamine D.
  • Als structureel onderdeel van celmembranen, bijvoorbeeld in de vetachtige bekleding van de zenuwbanen [4]

Hoeveel gram vetten per dag?

De hoeveelheid vetten die iemand consumeert is mede afhankelijk van de totale hoeveelheid kilocalorieën die iemand neemt. Hoe hoger dat is, hoe meer vetten gegeten kunnen worden. De vetinname is dus nogal verschillend voor mannen en vrouwen en de doelen vetverbranding of spieropbouw.

De voedingsnorm voor vetten ligt tussen de 20 en 40 energieprocent (en%) [46]. De energieprocenten geven het aandeel aan dat het macronutriënten levert, in dit geval vetten. Waarbij 20 en% de ondergrens is en 40 en% de bovengrens. Wij hanteren de middenweg van 30 en%, zodat er altijd ruimte is om bij te stellen naar beneden of boven waar nodig. Dit betekent dat bij een fictieve inname van 2000 kcal een deelnemer een inname van 600 kcal (=30%) vet als richtlijn geadviseerd krijgt.

De ondergrens van 20% vetten wordt aangegeven vanwege de behoefte aan essentiële vetzuren en vanwege de hoeveelheid vet die nodig is om de vet oplosbare vitamines op te nemen, en dan met name vitamine A en E. Daarnaast kunnen te weinig vetten een negatieve invloed hebben op de concentratie van het cholesterol bevattende HDL en op de waarden van triglyceriden in het bloed, wat risico’s op hart- en vaatziekten met zich meebrengt [25].

Een ideale vetinname voor deelnemers zal tussen de 20% en 40% liggen, afhankelijk van het doel en van de totale hoeveelheid calorieën, eiwitten en koolhydraten. Is er genoeg ruimte voor koolhydraten om de trainingsactiviteit te ondersteunen? Dan kan de vet inname eventueel wat hoger ingesteld worden. Is er niet genoeg ruimte voor koolhydraten, dan is het handig om de vetinname lager te houden.

Word je dik van vetten?

Zoals we allemaal best weten bestaat onze voeding uit voedingsstoffen die calorieën bevatten. Dit zijn de bekende energieleverende stoffen eiwitten, koolhydraten en vetten (alcohol trouwens ook). Eiwitten en koolhydraten bevatten per gram 4 kilocalorieën en vetten leveren 9 kilocalorieën per gram. Van de energieleverende stoffen leveren vetten dus de meeste hoeveelheid calorieën. Via vetvrijke producten krijgen we daardoor snel meer calorieën binnen dan eiwitrijke- of koolhydraatrijke producten (1-2).

Er kan dus gezegd worden dat vetrijke producten energierijke producten zijn. Ze leveren meer calorieën per gram en vetrijke producten zijn daardoor rijker aan energie (1-2). Dat betekent overigens niet dat we vetten moeten bestempelen als dikmakers.

Het betekent alleen dat er een kans bestaat dat dit leidt tot een hoge inname aan calorieën aan het eind van de dag. Dit kan op lange termijn leiden tot een toename in lichaamsgewicht (3-4). Portiecontrole is hierop het antwoord.

Welke producten bevatten vetten?

Vetten zitten in veel verschillende producten. De hoeveelheid en de vorm van vetten verschilt per product. Producten die veel vetten bevatten en nutrientrijk zijn, zijn noten, zaden, pitten, avocado, oliën, boter, bak- en braadproducten, vette vissoorten, pindakaas en notenpasta’s.

Er zijn producten die een vetrijke variant hebben zoals volle zuivelproducten, volvette kaas zoals 48+ of hoger, vette vleessoorten zoals worst, speklap en gehakt. Daarnaast zijn er vetrijke producten die minder nutrientrijk zijn denk hierbij aan zoetigheid zoals chocolade en taart of (frituur)snacks.

Vetrijke producten hebben een verhouding van verzadigd en onverzadigd vet. Een product bestaat vaak niet alleen uit onverzadigd vet of enkel uit verzadigd vet. Olijfolie is bijvoorbeeld een onverzadigd vet, maar bestaat daarnaast voor 14% uit verzadigde vetzuren. En boter is bijvoorbeeld een verzadigd vet, maar bestaat daarnaast voor 29% uit onverzadigd vet.

De verhouding tussen verzadigde en onverzadigde vetzuren bepaalt of een vet verzadigd of onverzadigd wordt genoemd. Overheersen de verzadigde vetzuren, dan is het een verzadigd vet en vice versa. Veel dierlijke producten bevatten verzadigde vetzuren, bijvoorbeeld vette vleessoorten zoals worst, speklappen, volle zuivelproducten zoals volvette kaas, volle melk.

Ook in koek, gebak, snoep en zoutjes zitten veel verzadigde vetzuren. Plantaardige producten bevatten vaak onverzadigde vetten, zoals noten, zaden, avocado, oliën, vloeibare- bak en braadproducten. Een algemene richtlijn is dat een vet verzadigd wordt genoemd wanneer het bij kamertemperatuur een vaste vorm heeft. Denk aan roomboter en harde margarines.

Conclusie

Het effect van verzadigd vet is minder duidelijk dan aanvankelijk werd gedacht. Dit betekent echter niet dat je nu onbeperkt verzadigd vet kan binnenkrijgen. Het blijft verstandig om te variëren in vetbronnen, waarbij je voldoende onverzadigde vetzuren binnenkrijgt. Daarnaast zijn vetrijke producten ook energierijke producten. Ze leveren meer calorieën per gram en zijn daardoor rijk aan energie. Dat betekent overigens niet dat we vetten moeten bestempelen als dikmakers. Het betekent dat er een kans bestaat dat dit leidt tot een hoge inname aan calorieën aan het eind van de dag. Dit kan op lange termijn leiden tot een toename in lichaamsgewicht. Portiecontrole is hierop het antwoord.

Literatuurlijst

  1. Whitney E, Rolfes, SR. Understanding Nutrition. Twaalfde druk. Wadsworth: Cengage Learning; 2008.
  2. Swinburn B, Sacks G, Ravussin E. Increased food energy supply is more than sufficient to explain the US epidemic of obesity. American Journal of Clinical Nutrition. 2009 Dec;90(6):1453-6
  3. Stubbs CO & Lee AJ. The obesity epidemic: both energy intake and physical activity contribute. The Medical Journal of Australia. 2004 Nov 1;181(9):489-91.
  4. Stewart TM, Williamson DA, White MA. Rigid vs. flexible dieting: association with eating disorder symptoms in nonobese women. Appetite. 2002 Feb;38(1):39-44.
  5. Mora S, Otvos JD, Rifai N, Rosenson RS, Buring JE, Ridker PM. Lipoprotein particle profiles by nuclear magnetic resonance compared with standard lipids and apolipoproteins in predicting incident cardiovascular disease in women. Circulation. 2009;119:931–9.
  6. Mensink RP, Zock PL, Kester ADM, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr 2003; 77: 1146–1155
  7. Mente A, de Koning L, Shannon HS, Anand SS. A systematic review of the evidence supporting a causal link between dietary factors and coronary heart disease. Archives of Internal Medicine. 2009;169:659–69.
  8. Siri-Tarino PW, Sun Q, Hu FB, Krauss RM. Meta-analysis of prospective cohort studies evaluating the association of saturated fat with cardiovascular disease. American Journal of Clinical Nutrition. 2010;91:535–46.
  9. Mensink RP. Effects of stearic acid on plasma lipid and lipoproteins in humans. Lipids 2005; 40:1201-1205.
  10. Rice BH, et al. Dairy components and risk factors for cardiometabolic syndrome: recent evidence and opportunities for future research. Advanced Nutrition. 2011. 2(5):396-407.
  11. Mensink RP, Zock PL, Kester AD, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. American Journal of Clinical Nutrition. 2003 May;77(5):1146-55.
  12. German JB, Gibson RA, Krauss RM, Nestel P, Lamarche B, van Staveren WA, Steijns JM, de Groot LC, Lock AL, Destaillats F. A reappraisal of the impact of dairy foods and milk fat on cardiovascular disease risk. Eurolpean Journal of Nutrition. 2009;48:191–203.
  13. Goyens PL, Spilker ME, Zock PL, Katan MB, Mensink RP. Compartmental modeling to quantify alpha- linolenic acid conversion after longer term intake of multiple tracer boluses. J Lipid Res 2005; 46:1474- 1483
  14. Goyens PL, Spilker ME, Zock PL, Katan MB, Mensink RP. Conversion of alpha-linolenic acid in humans is influenced by the absolute amounts of alpha-linolenic acid and linoleic acid in the diet and not by their ratio. American Journal of Clinical Nutrition. 2006 Jul;84(1):44-53.
  15. Ooi EM, Ng TW, Watts GF, Barrett PH. Dietary fatty acids and lipoprotein metabolism: new insights and updates. Lipidology. 2013 Jun;24(3):192-7.
  16. Remig V, Franklin B, Margolis S et al. Trans fats in America: a review of their use, consumption, health implications, and regulation. J Am Diet Assoc. 2010 Apr;110(4):585-92.  
  17. Zock PL, Katan MB. Trans fatty acids, lipoproteins, and coronary risk. Canadian Journal of Physiology and Pharmacology. 1997 Mar;75(3):211-6.
  18. Wang Y & Proctor SD. Current issues surrounding the definition of trans-fatty acids: implications for health, industry and food labels. The British Journal of Nutrition. 2013 Oct;110(8):1369-83.
  19. Brouwer IA, Wanders AJ, Katan MB. Trans fatty acids and cardiovascular health: research completed? European Journal of Clinical Nutrition. 2013 May;67(5):541-7.
  20. Gayet-Boyer C, Tenenhaus-Aziza F, Prunet C, et al. Is there a linear relationship between the dose of ruminant trans-fatty acids and cardiovascular risk markers in healthy subjects: results from a systematic review and meta-regression of randomised clinical trials. Br J Nutr. 2014 Dec;112(12):1914-22.
  21. de Oliveira Otto MC, et al. Biomarkers of dairy fatty acids and risk of cardiovascular disease in the multi- ethnic study of atherosclerosis. Journal of the American Heart Association. 2013 Jul 18;2(4).
  22. Weggemans RM. Zock PL, Katan MB. Dietary cholesterol from eggs increases the ratio of total cholesterol to high-density lipoprotein cholesterol in humans: a meta-analysis. Am J Clin Nutr. 2001 May;73(5):885-91.
  23. Shin JY, Xun P, Nakamura Y, He K. Egg consumption in relation to risk of cardiovascular disease and diabetes: a systematic review and meta-analysis. Am J Clin Nutr. 2013 Jul;98(1):146-59.
  24. Rong Y, Chen L, Zhu T, et al. Egg consumption and risk of coronary heart disease and stroke: dose-response meta-analysis of prospective cohort studies. BMJ. 2013 Jan 7;346:e8539.
  25. Gezondheidsraad. Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001; publicatie nr 2001/19. ISBN 90-5549-384-8.
  26. Volek JS, Kraemer WJ, Bush JA, Incledon T, Boetes M. Testosterone and cortisol in relationship to dietary nutrients and resistance exercise. J. Appl. Physiol. 82(1): 49–54, 1997
  27. Dorgan JF et al. Effects of dietary fat and fiber on plasma and urine androgens and estrogens in men: a controlled feeding study. Am J Clin Nutr. 1996 Dec;64(6):850-5.
  28. Garthe I et al. Effect of two different weight-loss rates on body composition and strength and power- related performance in elite athletes. Int J Sport Nutr Exerc Metab. 2011 Apr;21(2):97-104.
  29. Pasiakos SM et al. Effects of high-protein diets on fat-free mass and muscle protein synthesis following weight loss: a randomized controlled trial. FASEB J. 2013 Sep;27(9):3837-47.
  30. Helms E, Aragon A, Fitschen P. Evidence based recommendations for natural contest preparation: Nutrition and supplementation. Journal of the International Society of Sports Nutrition 2014, 11:20.
  31. Mero AA et al. Moderate energy restriction with high protein diet results in healthier outcome in women. J Int Soc Sports Nutr. 2010 Jan 25;7(1):4.
  32. Gezondheidsraad. Richtlijnen Goede Voeding. Den Haag: Gezondheidsraad. 2015.
  33. Mora S, Otvos JD, Rifai N, Rosenson RS, Buring JE, Ridker PM. Lipoprotein particle profiles by nuclear magnetic resonance compared with standard lipids and apolipoproteins in predicting incident cardiovascular disease in women. Circulation. 2009;119:931–9.
  34. Mensink RP, Zock PL, Kester ADM, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. Am J Clin Nutr 2003; 77: 1146–1155
  35. Mente A, de Koning L, Shannon HS, Anand SS. A systematic review of the evidence supporting a causal link between dietary factors and coronary heart disease. Archives of Internal Medicine. 2009;169:659–69.
  36. Siri-Tarino PW, Sun Q, Hu FB, Krauss RM. Meta-analysis of prospective cohort studies evaluating the association of saturated fat with cardiovascular disease. American Journal of Clinical Nutrition. 2010;91:535–46.
  37. Mensink RP. Effects of stearic acid on plasma lipid and lipoproteins in humans. Lipids 2005; 40:1201-1205
  38. Rice BH, et al. Dairy components and risk factors for cardiometabolic syndrome: recent evidence and opportunities for future research. Advanced Nutirion. 2011. 2(5):396-407
  39. Mensink RP, Zock PL, Kester AD, Katan MB. Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. American Journal of Clinical Nutrition. 2003 May;77(5):1146-55.
  40. German JB, Gibson RA, Krauss RM, Nestel P, Lamarche B, van Staveren WA, Steijns JM, de Groot LC, Lock AL, Destaillats F. A reappraisal of the impact of dairy foods and milk fat on cardiovascular disease risk. Eurolpean Journal of Nutrition. 2009;48:191–203.
  41. Siri-Tarino PW, Sun Q, Hu FB, Krauss RM. Meta-analysis of prospective cohort studies evaluating the association of saturated fat with cardiovascular disease. Am J Clin Nutr. 2010 Mar;91(3):535-46.
  42. De Souza RJ, Mente 2, Maroleanu A, Cozma AI, Ha V, et al. Intake of saturated and trans unsaturated fatty acids and risk of all cause mortality, cardiovascular disease, and type 2 diabetes: systematic review and meta-analysis of observational studies. BMJ. 2015 Aug 11;351:h3978.
  43. Veerman JL. Dietary fats: a new look at old data challenges established wisdom. BMJ. 2016 Apr 12;353:i1512.
  44. Schwingshackl L, Hoffmann G. Dietary fatty acids in the secondary prevention of coronary heart disease: a systematic review, meta-analysis and meta-regression BMJ Open 2014;4:e004487.
  45. Fernandez ML. Rethinking dietary cholesterol. Curr Opin Clin Nutr Metab Care. (2012)
  46. Fuller NR, Sainsbury A, Caterson ID and Markovic TP. Egg Consumption and Human Cardio-Metabolic Health in People with and without Diabetes. Nutrients. 2015 Sep; 7(9): 7399–7420.
  47. McNamara JM. The Fifty Year Rehabilitation of the Egg.Nutrients. 2015 Oct; 7(10): 8716–8722.
  48. Alexander DD, Miller PE, Vargas AJ, Weed DL, Cohen SS. Meta-analysis of Egg Consumption and Risk of Coronary Heart Disease and Stroke. J Am Coll Nutr. 2016 Nov-Dec;35(8):704-716.

Word fit voor de zomer vanaf €17,99 per maand

Kom erachter welk plan het beste bij jou past

Doe de gratis test

Vond je dit artikel interessant?

Ja 👍🏼Nee 👎🏼

Als je je mening achterlaat, kunnen we onze blogartikelen verbeteren.