Alles dat je moet weten over zoetstoffen

Zoetstoffen zijn de laatste jaren vaak onderwerp van gesprek. Maar wat zijn zoetstoffen en welke soorten zoetstoffen bestaan er? Hoeveel calorieën leveren de zoetstoffen? Wat voor invloed hebben ze op de lichaamssamenstelling? En welke invloed op de gezondheid? Zijn zoetstoffen veilig? Er worden veel beweringen gedaan over bijvoorbeeld aspartaam. Wat klopt er van deze beweringen en wat zegt de wetenschap hierover?

Laten we vooropstellen dat een uitgebalanceerd en gevarieerd voedingspatroon altijd het doel, én ons uitgangspunt is. Het gaat om een voedingspatroon dat op de lange termijn volgehouden kan worden. Wat heeft het anders voor zin? De basis van dit voedingspatroon is voldoende eiwitten, vetten, koolhydraten, vezels, vitamines en mineralen.

Per persoon en per doel verschilt de verdeling van deze voedingsstoffen. Wat werkt voor jou, hoeft niet voor iemand anders te werken. Ieder van deze voedingstoffen verdient dus voldoende aandacht, maar het gehele plaatje inclusief de haalbaarheid mag daarbij niet vergeten worden. Dat gezegd hebbende gaan we door naar het artikel.

E-nummers

Alle zoetstoffen hebben een E-nummer. Wanneer je veel verschillende nutriënten binnen wilt krijgen zal je voeding veel onbewerkte en volwaardige producten moeten bevatten.  Dit betekent automatisch dat je producten kiest met weinig of geen toevoegen in de vorm van onder andere E-nummers. Dit hoeft echter niet per definitie te betekenen dat producten met E-nummers slecht zijn voor de gezondheid of risico’s met zich meebrengen.

Het klinkt namelijk allemaal erg chemisch en angstaanjagend, maar dat hoeft het niet te zijn. E-nummers komen in veel producten voor en kunnen een natuurlijke of chemische oorsprong hebben. Citroenzuur is een voorbeeld van een E-nummer dat gebruikt wordt als zuurteregelaar in producten. Het komt van nature voor in citroenen en limoenen. Ook in bananen, eieren en blauwe bessen komen E-nummers voor. Laten we elkaar vooral niet allemaal lukraak napraten.

Wat zijn zoetstoffen?

Wanneer het over zoetstoffen gaat denken we vaak aan lightproducten. Fabrikanten van voedingsmiddelen voegen zoetstoffen toe aan producten om deze zoeter te maken. Waar suikers 4 kilocalorieën per gram leveren, hebben zoetstoffen een gelijke of lagere energiedichtheid. Echter is van een zoetstof een kleinere hoeveelheid nodig om dezelfde zoetkracht als suiker te leveren. Gemiddeld zijn zoetstoffen 200 keer zoeter dan sucrose (tafelsuiker). Door de kleine hoeveelheid zoetstof die nodig is om een product zoet te maken, leveren zoetstoffen weinig tot geen calorieën.
Dit is meteen het eventuele voordeel van het gebruik van zoetstoffen.

Stel dat je graag je vetpercentage wilt verlagen. Minder calorieën in het product betekent een grotere kans op een lagere totale calorie inname, wat nodig is om een calorietekort te creëren. Alhoewel, dit is de theorie. In de praktijk zijn er al duizenden lightproducten met zoetstoffen te krijgen, wat dus voor een caloriebeperking zou moeten zorgen. Toch stijgt het aantal mensen in Nederland met overgewicht nog steeds [1].

Blijkbaar creëren de lightproducten niet altijd een calorietekort. Hoe kan dat dan? In een onderzoek komt naar voren dat mensen met overgewicht geneigd zijn om light producten niet als vervanger van de normale producten te nemen, maar deels als aanvulling op de normale producten [2]. In dat geval missen de lightproducten hun doel, en blijft een calorieënoverschot bestaan.

Zijn zoetstoffen veilig?

Voor iedere zoetstof is een Aanvaardbare dagelijkse Inname(ADI) bepaald. De ADI is de hoeveelheid zoetstof die je dagelijks mag binnenkrijgen zonder dat dit consequenties heeft voor je gezondheid. Omdat dit per persoon verschilt wordt de ADI uitgedrukt in grammen per kilogram lichaamsgewicht (g/kg). Een ADI wordt nooit vastgesteld voor stoffen die wellicht kanker zouden kunnen veroorzaken. De ADI is een maat die met een flinke buffer is vastgesteld om de veiligheid van de producten te waarborgen.

Allereerst wordt op basis van dierproeven de hoogste dosis vastgesteld waarbij geen negatieve effecten ontstaan. Deze dosis is de No Observed Adverse Effect Level (NOAEL). Voor de veiligheid wordt deze dosis twee keer door 10 gedeeld [3-7]. De kans dat een zoetstof  schadelijk is voor de gezondheid, wordt daarmee erg klein.

Daarnaast is belangrijk om te beseffen, dat de hoeveelheid die geconsumeerd wordt erg belangrijk is. Dat telt overigens voor alle stoffen in het algemeen. Veel stoffen zijn gevaarlijk in extreem grote hoeveelheden, maar onschuldig in kleine hoeveelheden. Een voorbeeld hiervan is methanol, wat een metaboliet van aspartaam is. Methanol is toxisch is grote hoeveelheden, maar onschadelijk in kleine hoeveelheden. Er zit zelfs meer methanol in vruchtensappen dan in aspartaam [6,24,34].

Hoe snel komen consumenten aan een hoeveelheid die de ADI benaderd? Een review laat zien dat de inname van zoetstoffen in verschillende landen in Europa niet in de buurt komt van de ADI [25]. Vanuit dat oogpunt is het belangrijk om dosis, context en individuele aangelegenheid in acht te nemen. Er zijn mensen die last kunnen hebben van bepaalde e-nummers, net zoals dat er mensen zijn die hinder kunnen ondervinden van appels. Er is geen zwart-wit antwoord.

Conclusie

Zoetstoffen zijn veilig bevonden bij normaal gebruik dat onder de ADI ligt. Angst dat een zoetstof gezondheidsschade oplevert, is dan ook niet nodig. Betekent dit dat je naar hartenlust producten kunt consumeren die zoetstoffen bevatten? Nee, niet per sé. Het betekent echter ook niet dat we elkaar klakkeloos moeten napraten terwijl we in werkelijkheid geen idee wat zoetstoffen en e-nummers precies zijn.

We hebben al aangegeven dat een gevarieerd voedingspatroon voornamelijk bestaat uit volwaardige producten die bijdrage aan de inname van macro- en micronutriënten. Vergeet vervolgens niet dat producten met zoetstoffen vaak producten zijn die, naast dat ze geen of weinig calorieën leveren, ook geen nutriënten leveren. Je hebt deze producten dus niet nodig. Aan de andere kant is het dus niet nodig om ze koste wat kost te vermijden.
Ook hier gaan wij weer uit van het standpunt; Doe wat werkt voor jou.

Wil je graag je vetpercentage verlagen? Dan is het nodig om een calorietekort te creëren. Producten met zoetstoffen kunnen in een voedingspatroon zorgen voor een calorietekort wanneer deze producten als vervanging van hun calorierijke zusjes en broertjes worden gebruikt. Zo zou je producten met zoetstof strategisch in je voedingspatroon kunnen verwerken. Let wel op dat je dit met mate doet.

Er zijn ook personen die E-nummers, inclusief alle zoetstoffen, willen vermijden. In dit artikel hebben we aangetoond dat angst voor zoetstoffen wetenschappelijk gezien niet nodig is. Maar wil je toch graag geheel E-nummer vrij eten en drinken en geeft dit jou een goed gevoel, dan is dat psychologische voordeel prima. Dit gevoel zal bijdragen aan het handhaven van je voedingspatroon op langere termijn. En dat is het belangrijkste gegeven om resultaten te behalen en behouden.


De soorten zoetstoffen

Er zijn twee verschillende soorten zoetstoffen. Polyolen (extensieve zoetstoffen) en intensieve zoetstoffen. Alle zoetstoffen in Nederland hebben een E-nummer. Veilige zoetstoffen krijgen een E-nummer van de overheid. De stof is dan door de European Food Safety Authority (EFSA) gecontroleerd en veilig bevonden [3-6]. Hieronder volgt een korte beschrijving van de twee verschillende soorten.

Polyolen (extensieve zoetstoffen)

Deze zoetstoffen staan ook wel bekend als de suikeralcoholen. Het zijn synthetische stoffen die ook in de natuur voorkomen. Scheikundig gezien lijken suikeralcoholen sterk op koolhydraten. Het lichaam kan ze alleen niet net zo goed als koolhydraten metaboliseren. De smaak lijkt op die van sucrose (tafelsuiker) en ze leveren circa 2-2.5 kilocalorieën per gram. Hiermee is meteen het nadeel van deze suikervervangers duidelijk, ze leveren namelijk nog steeds een hoeveelheid calorieën. Voorbeelden van suikeralcoholen zijn sorbitol, xylitol en malitol [5-7].

  • Xylitol E967

Xylitol is komt van nature voor in fruit en groenten. Het smaakt ongeveer net zo zoet als sucrose en levert 2,4 kcal per gram [6,7]. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt in kauwgom, pepermunt en tandpasta. Xylitol heeft de eigenschap om zich in de mond aan tandbacteriën te binden wat tandbederf tegen zou kunnen gaan. Vandaar het gebruik in kauwgom en tandpasta [8]. Er is geen Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) bepaald voor xylitol.

Xylitol zorgt voor een minimale stijging in bloedglucose en geen afgifte van insuline [9]. In een onderzoek naar xylitol en eetlust kwam naar voren dat mensen minder aten na een kom yoghurt gezoet met xylitol in plaats van yoghurt met sucrose [10]. Het nadeel van xylitol is de bijwerkingen die bij een hogere dosis kunnen ontstaan. Onderzoek laat zien dat een dosis van 30 gram xylitol voor diarree en maagpijnen kan zorgen. Dit komt ongeveer neer op 30 kauwgompjes [11].

  • Sorbitol E420

Sorbitol komt van nature voor in steenvruchten zoals kersen en perziken. De zoetkracht is ongeveer 60 procent van die van sucrose [6,7]. Ook voor sorbitol is geen ADI bepaald. In een onderzoek naar de hoeveelheid sorbitol die wordt geabsorbeerd door het lichaam bij een dosis van 30 gram concludeerden de onderzoekers dat 79 procent werd opgenomen. Zij schatten dat soribitol 3,58 kcal per gram levert. Bijna net zoveel als een gram koolhydraten [12].

Een ander onderzoek stelde deze aantallen vast op respectievelijk 73 procent en 2,8 kcal per gram [13]. Om de maximale dosis vast te stellen zonder klachten, werd een onderzoek uitgevoerd onder 21 mensen. Hieruit kwam naar voren dat bij een dosis van 40 gram sorbitol, minder dan 10 procent van de mensen last hadden van eventuele bijeffecten zoals diarree [14]. Sorbitol heeft dus weinig voordelen wat betreft calorieën in vergelijking tot koolhydraten. Net als xylitol heeft sorbitol een laxerende werking bij een hoge dosis.

  • Lactitol E966

Lactitol wordt gemaakt uit lactose (melksuiker). De zoetkracht is ongeveer 40 procent van de zoetkracht van sucrose [6,7]. Lactitol wordt deels opgenomen door de dunne darm en vervolgens in de dikke darm door darmflora gefermenteerd. Daardoor wordt ongeveer de helft van de energie van lactitol gebruikt. Per gram levert lactitol dus ongeveer 2 kcal [15]. 25 gram lactitol zorgt voor een minimale stijging in bloedglucose en insuline [16]. Als gekeken wordt naar de mate van verzadiging door het consumeren van producten met lactitiol, dan blijkt dat lactitiol een hogere verzadiging oplevert dan gewone koolhydraten. Wat gunstig zou kunnen zijn met betrekking tot gewichtsverlies [17].

Het voordeel van lactitiol is meteen het nadeel. Door het werk van de dikke darmen, kunnen klachten zoals darmkrampen en diarree ontstaan. In een Japans onderzoek werd de grens van klachten opgezocht bij vrouwelijke proefpersonen. Een inname van 0,36 g per kilogram lichaamsgewicht gaf geen klachten. Dit zou voor een persoon van 70 kg neerkomen op 25 gram lactitol [18].

  • Erythritol E968

Erythritol bestaat in lage hoeveelheden in wijn, bier, kaas en fruit. De zoetkracht is ongeveer 70 procent van de zoetkracht van sucrose [6,7]. Erythritol wordt na het consumeren voor 90 procent teruggevonden in de urine. Dit betekent dat het volledig wordt geabsorbeerd, maar niet gemetaboliseerd. Dit zet de beschikbare energie vanuit erythritol op 0,4 kcal per gram [19,20]. Deze suikervervanger is dus laagcalorisch en geschikt in een caloriebeperkt voedingspatroon. Erythritol is beter te tolereren dan de andere suikeralcoholen. Toch zijn er ook negatieve effecten te vinden bij hoge doseringen. 50 gram erythritol zou voor misselijkheid kunnen zorgen [21].

  • Maltitol E965

Maltitol is een suikeralcohol die gemaakt wordt uit maltose (moutsuiker). Maltitol is half glucose, half sorbitol. Het heeft ongeveer 90 procent van de zoetkracht van sucrose [6,7]. Maltitol wordt deels afgebroken in de dunne darm en deels gefermenteerd door bacteriën in de dikke darm. Het wordt  slechts ten dele opgenomen (66 procent). Dit betekent dat maltitol ongeveer 3,1 kcal per gram aan bruikbare energie levert. Bijna net zoveel als sucrose [13,22]. Doordat het half glucose is zorgt het voor een grotere stijging in bloedglucose en insuline dan de andere suikeralcoholen. Er is geen ADI voor maltitol. Een hogere dosis van 30-40 gram maltitol kan zorgen voor diarree [23].

Intensieve zoetstoffen

Intensieve zoetstoffen zijn 50 tot 500 keer zoeter dan sucrose en leveren weinig tot geen calorieën. Door de hoge zoetkracht hoeft er maar weinig van deze stoffen gebruikt te worden. Dit is meteen het voordeel van deze zoetstoffen en de reden dan ze veel gebruikt worden in lightproducten. Sommige intensieve zoetstoffen worden niet door het lichaam opgenomen en verlaten onveranderd het lichaam. Dit is de reden dat ze geen calorieën leveren. De meeste zoetstoffen zijn synthetisch, behalve stevia en Thaumatine, deze zijn natuurlijk. Stevia wordt uit de Stevia Rebaudiana plant gehaald en Thaumatine komt uit vruchten [5-7].

  • Neotaam E961

Neotaam is opgebouwd uit de aminozuren asparaginezuur en fenylalanine. Deze aminozuren komen veel voor in onze dagelijkse voeding. Neotaam lijkt erg veel op aspartaam, maar de connectie tussen de twee aminozuren is in neotaam veel sterker dan in aspartaam. Neotaam is ongeveer 8000 keer zoeter dan sucrose en 40 keer zoeter dan aspartaam. Er is dus maar zeer weinig neotaam nodig op producten zoet(er) te maken. Neotaam in zulke kleine hoeveelheden levert geen calorieën. De ADI is 2 mg/kg per dag, wat neerkomt op 8 liter frisdrank gezoet met neotaam voor iemand van 80 kilo. De geschatte gemiddelde inname van neotaam is 0,04 mg/kg per dag, wat dus ruim onder de ADI ligt. Het wordt onder andere gebruikt in frisdrank, zuivelproducten, snoep en in zoetjes. Neotaam is bestand tegen hitte en kan dus gebruikt worden bij bakken en koken [4,6].

Neotaam bevat het aminozuur fenylalanine. Dit aminozuur kan door mensen met de ziekte fenylketonurie (PKU) niet afgebroken kan worden. PKU is een genetische aandoening die ervoor zorgt dat fenylalanine niet kan worden gemetaboliseerd.  De hoeveelheid binnen de ADI is echter zo klein dat neotaam door PKU patiënten gebruikt kan worden.  Neotaam wordt in de feces en urine uitgescheiden. Het zorgt niet voor een stijging in bloedglucose en insuline. zelfs bij diabetes patiënten werd in onderzoek geen bloedglucose verandering geconstateerd [25]. Het methanol gehalte van neotaam is, net als bij aspartaam, een stuk lager dan in bijvoorbeeld vruchtensap. In een frisdrank die gezoet is met neotaam zit per liter 1,37 milligram methanol en in een liter vruchtensap is dit gemiddeld 140 milligram [24]. Bij doseringen van 100 keer de ADI werden geen neurotoxische en geen gedragsveranderingen geconstateerd [26].

  • Acesulfaam-K E950

Acesulfaam-K  is 200 keer zoeter dan sucrose. Het is een organisch zout en het wordt niet omgezet of opgeslagen in het lichaam. Doordat het goed oplost in water, verlaat Acesulfaam-K je lichaam via de nieren en urine. Het levert geen calorieën.

De ADI voor acesulfaam-K is 9 mg/kg per dag, wat door het Scientific Committee on Food in 2000 is vastgesteld. Dit komt neer op 2,06 liter frisdrank gezoet met acesulfaam-K voor iemand van 80 kilo. Het wordt vaak gemixt met andere zoetstoffen om een bittere nasmaak te voorkomen. De geschatte inname is ongeveer 20 procent van de ADI [4,6,25,27].

Acesulfaam-K is hittebestendig en kan dus gebruikt worden bij bakken en koken.
Het wordt snel opgenomen door je lichaam en vervolgens uitgescheiden via de urine. Het heeft een korte opnamesnelheid en je lichaam slaat het niet op [27]. In verschillende onderzoeken werden doseringen van 900-1500 mg/kg per dag werden gegeven aan honden en ratten. Er werden geen toxische en effecten en geen schade aan het DNA geconstateerd [27]. Ook wordt het idee dat Acesulfaam-K zorgt voor het ontstaan van kanker, niet ondersteund met huidige gegevens.

  • Sucralose E955

Sucralose wordt gemaakt van sucrose (tafelsuiker) en heeft daarom dezelfde smaak. Het is echter 600 keer zo zoet. Het wordt niet afgebroken in het lichaam waardoor het geen calorieën levert. Vervolgens wordt een klein deel uitgescheiden via de feces en de rest verlaat het lichaam via de urine. Daarnaast heeft sucralose geen invloed op de bloedsuikerspiegel en insuline activiteit.

De ADI is vastgesteld op 15 mg/kg per dag, wat neerkomt op 4,0 liter frisdrank voor iemand van 80 kilo. Gemiddeld nemen mensen 1,1 mg/kg per dag, flink onder de ADI [4,6,25,26]. Sucralose is niet giftig voor het lichaam, zelfs niet bij hoge doseringen [29]. In een onderzoek met mensen werden doseringen gegeven van 1 mg tot 500 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag. Bij geen van de doseringen werden negatieve effecten geconstateerd [30].

  • Sacharine E954

Sacharine is 200-700 keer zoeter dan sucrose en levert geen calorieën. De ADI is vastgesteld op 5,0 mg/kg per dag. Dit komt neer op 5,00 liter frisdrank voor iemand van 80 kilo [4,6,25,26]. Sacharine is in de jaren 70 slecht in het nieuws gekomen doordat in een onderzoek werd aangetoond dat het blaaskanker kon veroorzaken bij ratten. Vervolgens bleek dat de veroorzaker van de blaaskanker bij mensen niet aanwezig is. Sacharine heeft dus altijd een slecht imago met zich meegedragen en wordt daarom nog maar weinig in frisdranken gebruikt.

Je komt het voornamelijk in zoetjes tegen. Het lichaam neemt sacharine op, waarna het vervolgens snel via de urine het lichaam weer verlaat [31]. In een 24 jarig onderzoek bij apen werd geconstateerd dat gemiddeld 3 keer de ADI geen schadelijke effecten heeft als het gaat om blaaskanker [32]. Ook in een meta analyse kwam naar voren dat er geen relatie is tussen blaaskanker en zoetstoffen [33].

  • Aspartaam E951

Aspartaam is waarschijnlijk de meeste besproken zoetstof van de laatste jaren. De discussies gaan dan met name over de veiligheid van aspartaam. Laten we eerst kijken wat aspartaam is en waar het uit bestaat. Aspartaam is 200 keer zoeter dan sucrose en bestaat uit twee aminozuren (fenylalanine en asparaginezuur) en mathanol. Methanol is in grote hoeveelheden toxisch voor het menselijk lichaam. Voordat aspartaam in de bloedbaan terecht komt heeft het lichaam het al afgebroken in de bovengenoemde drie stoffen.

Fenylalanine en asparaginezuur komen in veel voedingsmiddelen voor, vaak in grotere hoeveelheden dan in aspartaam gezoete dranken. Voorbeelden hiervan zijn melk en kip. Methanol komt veel in fruit voor en ook hierbij zijn de hoeveelheden een stuk groter dan in aspartaam gezoete dranken [4,6]. Het lichaam metaboliseert methanol uit aspartaam zo snel, dat het pas bij doseringen hoger dan 50 mg/kg per dag zichtbaar is in de bloedbaan [34]. De drie stoffen waar aspartaam uit bestaat zijn dus in de hoeveelheden die worden geconsumeerd onschuldig.Mensen met fenylketonurie (PKU) moeten voorzichtig zijn met onder andere het gebruik van aspartaam doordat zij fenylalanine niet kunnen afbreken. Dit aminozuur hoopt zich vervolgens op wat hersenschade zou kunnen opleveren [25,26].

De ADI voor aspartaam is vastgesteld op 40 mg/kg per dag. Dit komt neer op 5,33 liter gezoete drank per dag voor iemand van 80 kilo. De EFSA heeft dit advies in 2006 nog onder de loep gehad naar aanleiding van een aantal onderzoeken met negatieve berichten waar aspartaam in verband werd gebracht met kanker. Deze onderzoeken bleken echter belangrijke fouten te bevatten waardoor de EFSA geconcludeerd heeft dat het gebruik van aspartaam veilig is binnen de ADI [35].
Andere onderzoeken die de relatie tussen aspartaam en kanker hebben bekeken kwamen ook tot de conclusie dat die relatie niet bestaat [36].

In een onderzoek dat door het National Cancer Institute werd geïnitieerd kwam ook naar voren dat aspartaam geen invloed heeft op het ontstaan van leukemie of hersentumoren [36]. De angst voor aspartaam blijkt vooral uit bepaalde studies te komen. Deze studies zijn onderworpen aan nader onderzoek en bleken vervolgens veel fouten te bevatten. Kijkend naar het wetenschappelijk onderzoek dat aanwezig is over aspartaam kan alleen maar geconcludeerd worden dat het veilig is bij gebruik binnen de ADI.

  • Steviolglycosiden E960 (Stevia)

Stevia is de laatste tijd veel in het nieuws geweest vanwege de toelating als zoetstof in levensmiddelen in december 2011. De EFSA heeft stevia in 2010 al veilig bevonden en in 2011 is dit met aanvullende informatie voor nieuwe richtlijnen nogmaals geëvalueerd en gepubliceerd [38].
Stevia is 250-300 keer zoeter dan sucrose. Het wordt al 30 jaar in Japan als zoetstof gebruikt. Stevia wordt gewonnen uit een plant genaamd Stevia rebaudiana. Dit maakt het een natuurlijke zoetstof. Steviolglycosiden wordt door de darmflora omgezet in steviol wat gedeeltelijk door het lichaam wordt opgenomen. Vervolgens wordt dit via de urine uitgescheiden. Het overige deel wordt via de feces uitgescheiden. Stevia levert daarom geen calorieën.

De ADI voor stevia is 4 mg/kg per dag. Dit komt neer op 4,00 liter gezoete drank per dag voor iemand van 80 kilo [4,6,38]. Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat hoge doseringen stevia geen invloed heeft bloeddruk, urine, bloedglucose of insuline [39]. Ook is er geen verband tussen het gebruik van stevia gezoete producten en het ontstaan van kanker [38]. Bij het gebruik van stevia is het wel oppassen wanneer je last hebt van allergieën zoals eczeem of astma. Uit onderzoek bij kinderen blijkt 16 tot 64% in een anafylactische shock raakte na het toedienen van stevia. Dit is iets om rekening mee te houden wanneer je stevia gaat gebruiken en je last hebt van dergelijke allergieën [39].


Bronnen

  1. Gezondheidsraad. Adviezen. Gezonde voeding. Voedingsnormen: Energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Downloads. http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/0119nR2.pdf
  2. Whitney E, Rolfes, SR. Understanding Nutrition. Twaalfde druk. Wadsworth: Cengage Learning; 2008.
  3. Ellwood, KC.  Methods available to estimate the energy values of sugar alcohols.  American Journal of Clinical Nutrition. 1995. 62:1169S-1174S.
  4. Hildebrandt G, Lee I K. Xylitol containing oral products for preventing dental caries. Cochrane Database. Systematic. Review. 2009 CD004620. Artikel in Cochrane
  5. Salminen, S et al.  The effects of xylitol on the secretion of insulin and gastric inhibitory polypeptide in man and rats.  Diabetologia. 1982 22(6):480-482.
  6. King NA et al.  Evaluation of the independent and combined effects of xylitol and polydextrose consumed as a snack on hunger and energy intake over 10 days.  The British Journal of Nutrition.  2005. 93(6):911-915. Artikel in pubmed
  7. Salminen, S, et al.  Xylitol vs glucose: effect on the rate of gastric emptying and motilin, insulin, and gastric inhibitory polypeptide release.  American Journal of Clinical Nutrition.  1989. 49(6):1228-1232 Artikel in pubmed
  8. Beaugerie, L et al.  Digestion and absorption in the human intestine of three sugar alcohols.  Gastroenterology.  1990. 99(3):717-723 Artikel in pubmed
  9. Langkilde AM, et al.  Digestion and absorption of sorbitol, maltitol and isomalt from the small bowel.  A study in ileostomy subjects.  European Journal of Clinical Nutrition.  1994. 48(11):768-775 Artikel in pubmed
  10. Patil, D.H., et al.  Lactitol, a new hydrogenated lactose derivative: intestinal absorption and laxative threshold in normal human subjects.  The British Journal of Nutrition. 1987 57(2):195-199, Artikel in pubmed
  11. Grimble, GK, et al.  Assimilation of lactitol, an ‘unabsorbed’ disaccharide in the normal human colon.  Gut.  1988. 29(12):1666-1671. Artikel in pubmed
  12. Natah SS, et al.  Metabolic response to lactitol and xylitol in healthy men.  American Journal of Clinical Nutrition. 1997 65(4):947-950. Artikel in pubmed
  13. Gee JM, and IT Johnson.  Dietary lactitol fermentation increases circulating peptide YY and glucagon-like peptide-1 in rats and humans.  Nutrition.  2005. 21(10):1036-1043 Artikel in pubmed
  14. Oku T, et al.  Maximum permissive dosage of lactose and lactitol for transitory diarrhea, and utilizable capacity for lactose in Japanese female adults.  Journal of Nutritional Science and Vitaminology. 2005 51(2):51-57. Artikel in pubmed
  15. Hiele M, et al.  Metabolism of erythritol in humans: comparison with glucose and lactitol.  The British Journal of Nutrition. 1993. 69(1):169-176 Artikel in pubmed
  16. Storey D, et al.  Gastrointestinal tolerance of erythritol and xylitol ingested in a liquid.  European Journal Clinical Nutrition.  2007. 61(3):349-354. Artikel in pubmed
  17. Oku T, et al.  Metabolic fat of ingested [14C]-maltitol in man.  Journal of Nutritional Science and Vitaminology. 1991.37(5):529-544 Artikel in pubmed
  18. Storey DM, et al.  Tolerance and breath hydrogen excretion following ingestion of maltitol incorporated at two levels into milk chocolate consumed by healthy young adults with and without fasting. The Journal Nutrition.  1998. 128(3):587-592. Artikel in pubmed
  19. Baturina VA, et al.  Effect of food additive Neotame (N-[N-(3,3-dimethylbutyl)-L-alpha-aspartyl]-L-phenylalanine-1-methyl) on glucose level in blood of patients with diabetes mellitus type 2.  Voprosy Pitanniia. 2004. 73(6):18-20 Artikel in pubmed
  20. Renwick AG, The intake of intense sweeteners – an update review.  Food Additives and Contaminants. 2006  23(4):327-338 Artikel in pubmed
  21. World Health Organisation. Evaluation of certain food additives and contaminants.  Technical Report. 2004 922:1-176. Artikel in pubmed
  22. European Commission Scientific Committee on Food.  Opinion: Re-evaluation of acesulfame K with reference to the previous SCF opinion of 1991.  March 13, 2000. http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scf/out52_en.pdf
  23. Weihrauch MR and V Diehl,  Artificial sweeteners — do they bear a carcinogenic risk?  Annals of Oncology. 2004. 15(10):1460-1465. Artikel in pubmed
  24. Berg van den SW, et all. Consumptie van aantal lightproducten in relatie tot overgewicht. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2006. http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/350020004.pdf
  25. European Food Safety Authority. Topics A-Z. Food Additives. http://www.efsa.europa.eu/en/topics/topic/additives.htm
  26. Geuns JM, et al.  Metabolism of stevioside by healthy subjects.  Experimental Biology and Medicine. 2007. 232(1):164-173. Artikel in pubmed
  27. European Food Safety Authority. Revised exposure assessment for steviol glycosides for the proposed uses as a food additive. 2011. http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/doc/1972.pdf
  28. Lim U, et al.  Consumption of aspartame-containing beverages and incidence of hematopoietic and brain malignancies.  Cancer Epidemiolohy Biomarkers and Prevention. 2006. 15(9):1654-1659 Artikel in pubmed
  29. National Toxicology Program.  NTP report on the toxicology studies of aspartame (CAS No. 22839-47-0) in genetically modified (FVB Tg.AC hemizygous) and B6.129-Cdkn2atm1Rdp (N2) deficient mice and carcinogenicity studies of aspartame in genetically modified [B6.129-Trp53tm1Brd (N5) haploinsufficient] mice (feed studies).
  30. Natl Toxicol Program Genet Modif Model Rep.  2005. Oct (1):1-222 Artikel in pubmed
  31. European Food Safety Authority. Opinion of the Scientific Panel on Food Additives, Flavourings, Processing aids and Materials in contact with Food (AFC) on a request from the commission related to a new long-term carcinogenicity study on aspartame. 2006. http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/doc/356.pdf
  32. Magnuson BA, et al.  Aspartame: a safety evaluation based on current use levels, regulations, and toxicological and epidemiological studies.  Critical Reviw Toxicology. 2007.37(8):629-727. Artikel in pubmed
  33. Elcock M. and RW Morgan.  Update on artificial sweeteners and bladder cancer.  Regulatory Toxicology and Pharmacology. 1993. 17(1):35-43. Artikel in pubmed
  34. Takayama S, et al.  Long-term feeding of sodium saccharin to nonhuman primates: implications for urinary tract cancer.  Journal of the Natoinal Cancer Instituut.  1998 90(1):19-25. Artikel in Oxford Journals
  35. European Food Safety Authority. Topics A-Z. Sweeteners. EU legislation on food additives. http://ec.europa.eu/food/food/fAEF/index_en.htmGoldsmith LA  Acute and subchronic toxicity of sucralose.  Food and Chemical Toxicology. 2000. 2:S53-S59. Artikel in pubmed
  36. Byard JL, et al.  Excretion and metabolism of saccharin in man.  II.  Studies with 14C-labelled and unlabelled saccharin.  Food and Cosmetics Toxicology.  1974. 12(2):175-184. Artikel in science direct
  37. Baird IM, et al.  Repeated dose study of sucralose tolerance in human subjects.  Food and Chemical Toxicology. 2000. 2:S123-S129. Artikel in pubmed
  38. Noda K, et al. Serum glucose and insulin levels and erythritol balance after oral administration of erythritol in healthy subjects.  European Journal of Clinical Nutrition.  1994 48(4):286-292. Artikel in pubmed
  39. Kimata, H.  Anaphylaxis by stevioside in infants with atopic eczema.  Allergy. 2007. 62:566-572. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1398-9995.2007.01317.x/pdf

Ben je er klaar voor om de fitste versie van jezelf te worden?

Over sluit de inschrijving al


Doe nu de test

Gratis het e-book “De beste versie van jezelf” ontvangen?